Er zijn te veel jongeren die uitstromen uit het buitengewoon onderwijs zonder diploma, waardoor hun kansen op tewerkstelling nog verder slinken. Straffer nog: heel wat van hen vinden zelfs geen stageplaats of geen plek voor werkplekleren. Nochtans zijn net die ervaringen cruciaal om de stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Dat is de analyse van Vlaams parlementslid en cd&v-onderwijsexperte Loes Vandromme. Daarom wil zij via sociaal-maatschappelijke trainingen (SMT) die jongeren méér kansen geven op de arbeidsmarkt.
“Zeker nu de beperking in de werkloosheid wordt doorgevoerd, moeten we alles op alles zetten om deze vaak kwetsbare leerlingen perspectief en kansen op die arbeidsmarkt te bieden,” zegt Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). “We mogen hen niet loslaten op het moment dat ze extra ondersteuning nodig hebben om aan een mooie toekomst te bouwen.”
Een concrete oplossing
Vandaar dat Vandromme heel concreet voorstelt om de sociaal-maatschappelijke training (SMT) uit te breiden binnen het buitengewoon onderwijs. SMT is bedoeld als tussenstap voor jongeren die nog niet klaar zijn voor stage of werkplekleren, maar wel baat hebben bij een realistische leeromgeving waarin ze kunnen groeien.
In een sociaal-maatschappelijke training oefenen jongeren sociale vaardigheden, werken ze aan hun arbeidsattitude en vergroten ze hun zelfredzaamheid. Dat gebeurt meestal buiten de schoolmuren, in nauwe samenwerking met dagcentra, welzijns- en zorginstellingen, sociale economie-initiatieven, vrijwilligersorganisaties en arbeidszorgprojecten.
Van OV1 naar alle opleidingsvormen
Vandaag wordt SMT enkel aangeboden binnen opleidingsvorm 1 (OV1) van het buitengewoon onderwijs. Vandromme wil die mogelijkheid doortrekken naar alle opleidingsvormen.
Het buitengewoon secundair onderwijs kent vier opleidingsvormen. OV1 focust op sociale redzaamheid en dagbesteding, OV2 bereidt voor op werk in een beschutte of sociale context, OV3 leidt toe naar het reguliere arbeidscircuit maar kent een hoge schooluitval en OV4 tot slot, is vergelijkbaar met het gewoon secundair onderwijs en kan leiden tot een diploma.
“Een volgende stap zou zelfs kunnen zijn dat SMT ook mogelijk wordt voor bepaalde leerlingen die in het gewoon onderwijs struikelen over heel wat problemen en niet meer tot leren toe komen,” gaat het parlementslid verder. “Voor veel jongeren is SMT een veilige oefenruimte waar ze opnieuw structuur en zelfvertrouwen opbouwen. Wie daar eerst kan groeien, komt veel sterker aan de start van een stage of tewerkstelling en het risico op schooluitval daalt aanzienlijk.”
Samenwerking als succesfactor
Cruciaal in het voorstel is een versterkte samenwerking tussen scholen, CLB’s en aanbieders van arbeidsmatige activiteiten. “Sociaal-maatschappelijke training vormt een echte brug tussen school en maatschappij, en voor sommigen later ook richting betaald werk,” aldus Vandromme. Dat deze aanpak werkt, blijkt onder meer uit het West-Vlaamse project School-werk 2.0, waarin BuSO-scholen en arbeidszorginitiatieven duurzaam samenwerken. “Het toont aan dat wanneer we jongeren op maat begeleiden, we hen wél perspectief kunnen bieden.”
Geen tijd te verliezen
De cijfers onderstrepen de urgentie: volgens de SERV maakt meer dan één op drie jongvolwassenen met een beperking het secundair onderwijs niet af. In opleidingsvormen die voorbereiden op de arbeidsmarkt ligt de vroegtijdige schooluitval bijzonder hoog: 44,6% in OV3 en 28,3% in OV4.
Ook het Rekenhof en de SERV pleiten in recente rapporten voor flexibele en kwaliteitsvolle leer- en werkervaringen om schooluitval tegen te gaan. Tegelijk vallen nu belangrijke ondersteuningsmechanismen weg te vallen, zoals de inschakelingsuitkering en de GTB-transitietrajecten van VDAB.
“Net daarom moeten we vandaag investeren in extra opstappen voor die jongeren,” besluit Vandromme. “Sociaal-maatschappelijke training kan voor veel jongeren het verschil maken tussen afhaken en vooruitgaan. Het verschil tussen een goede of een valse start in het leven. Cd&v wil die jongeren niet opgeven maar hen net alle kansen geven zodat ze volwaardig deel uit kunnen maken van onze maatschappij.”