De Panoreportage over het inclusieve onderwijs van 5 oktober liet niemand onberoerd. De problematiek van inclusiviteit in het onderwijs is voor vele kinderen, ouders en scholen een dagelijkse realiteit. Maar er zijn zeker en vast manieren om te komen tot betere oplossingen. Cd&v pleit voor de uitrol van meer inclusiecampussen op voorwaarde dat ook de administratieve drempels voor scholen en ouders zo klein mogelijk gemaakt worden. Cd&v-parlementslid Loes Vandromme: “Zorg voor meer flexibiliteit en stimulansen om gewoon en buitengewoon onderwijs nauwer samen te brengen. De werking van OKAN-klassen kan hierbij een voorbeeld zijn, dat ook ingebed is in het gewoon onderwijs. Een inclusiecampus zorgt voor onderwijs op maat van alle leerlingen.”

 

Het inclusief onderwijs is een grote uitdaging. “Maar een uitdaging die we moeten durven aangaan, zowel voor het welzijn van de leerlingen als van hun ouders. De leerlingen van het gewone en van het buitengewone onderwijs lopen door dezelfde schoolpoort, maar zitten in aparte klassen,” legt Vandromme uit. Volgens het parlementslid kunnen kinderen op die manier dichter bij huis les volgen in scholen waar capaciteit over is. Maar ook ouders geven aan dat het voor hen echt belangrijk is dat ze hun kinderen bijvoorbeeld samen aan de schoolpoort kunnen afzetten of dat leerkrachten uit het gewoon onderwijs en het buitengewoon onderwijs expertise met elkaar kunnen delen in de leraarskamer.

 

Het idee van campusscholen werd onder meer uitgewerkt In de conceptnota Masterplan Scholenbouw 2.0. Daarin staat dat er prioriteit moet worden geboden aan de verdere uitbouw of aan het bouwen van nieuwe inclusieve campussen. Maar vandaag zijn er nog te veel drempels om dit te realiseren zoals regelgeving en praktische overwegingen. Dat bleek ook uit de getuigenissen in Pano.

Leren van elkaar

Campusscholen brengen een boeiende wisselwerking tot stand. Op zo’n inclusiecampus kan de expertise die er binnen dat buitengewoon onderwijs is ook zeer sterk benut worden. De nabijheid van de twee kan ervoor zorgen dat ze nauwer naar elkaar toe groeien, en dat wie in het buitengewoon onderwijs staat, ook leerkrachten in het gewoon onderwijs met leerlingen met specifieke leernoden kan ondersteunen. Dat geeft ruimte voor een sterke wisselwerking.

 Cd&v-parlementslid Loes Vandromme ziet hierin een korte termijn oplossing voor de vele kinderen uit het buitengewone onderwijs die vandaag geen plaats hebben in een klas. “Het is ontoelaatbaar dat kinderen vandaag thuis zitten, geen les kunnen volgen, omwille van capaciteitstekorten in het buitengewoon onderwijs. Het leerrecht van ieder kind moet altijd gegarandeerd zijn!”