Het project Leerbuddy Vlaanderen, waarbij studenten en (ex-)leerkrachten of vrijwilligers met de juiste competenties worden ingeschakeld om leerlingen die achterstand ondervonden na corona één-op-één of in kleinere groepen te ondersteunen, loopt binnenkort ten einde en er is geen vervolgtraject voorzien. “Nochtans kunnen leerbuddy’s echt wel een verschil maken voor leerlingen die het moeilijk hebben”, vindt Vlaams parlementslid Loes Vandromme. Zij pleit voor een verlenging.

‘Het zou echt zonde zijn om dit project nu volledig stop te zetten,’ stelt Loes Vandromme. ‘Één-op-één instructie of instructie in kleinere groepen kunnen voor een stevige inhaalbeweging zorgen, zo geven ook heel wat experten aan.’ Het parlementslid pleit ervoor om de expertise uit het project verder te verduurzamen en te borgen.

Leerachterstand wegwerken

Het project Leerbuddy Vlaanderen werd in het najaar van 2020 gelanceerd als één van de maatregelen in de strijd tegen de leerachterstand die heel wat leerlingen hadden opgelopen tijdens de schoolsluitingen en lockdowns door corona. Men wou dit doen door enerzijds bestaande buddy- en tutorinitiatieven te versterken en anderzijds de uitrol van nieuwe initiatieven mogelijk te maken. Voor Loes Vandromme is het evident dat het project kan verder gezet worden. In elk geval mag de kennis en expertise uit dit project nu niet verloren gaan: ‘We weten dat initiatieven zoals huiswerkbegeleiding en tutoringsprojecten effectief zijn en, met of zonder pandemie, blijven ze nog heel hard nodig. We worden geconfronteerd met een nooit eerder gezien lerarentekort. Ook dat zorgt voor leerachterstand.’

En anderzijds is het schaduwonderwijs in Vlaanderen ook al enkele jaren in opmars. Schaduwonderwijs is per definitief betalend en dus niet voor iedereen toegankelijk. ‘We mogen daar niet blind voor zijn,’ stelt Vandromme. ‘Het kan niet zijn dat alleen de leerlingen wiens ouders private bijlessen kunnen betalen, extra hulp en begeleiding zouden krijgen. Natuurlijk wordt de beste les nog altijd door de leerkracht in de klas gegeven, maar wie extra ondersteuning nodig heeft moet die ook kunnen krijgen.

 

Veel mensen bereikt

Uit cijfers die Loes Vandromme opvroeg, blijkt dat het project Leerbuddy ondertussen wel wat mensen bereikte.

Meer dan 4700 personen volgden minstens één van de 9 online modules die in samenwerking met verschillende hogescholen werd uitgewerkt. Vijfhonderd leerbuddy’s werden gedispatcht en in 31 lokale werkingen konden 1 of meer leerbuddy’s ‘geplaatst’ worden. 51 scholen namen deel aan een lerend netwerk voor scholen en 52 organisaties of lerarenopleidingen namen deel aan het lerend netwerk voor lerarenopleidingen en lokale werkingen. Intervisies werden druk bijgewoond met gemiddeld 130 deelnemers en ook de inspiratiedagen kenden succes.  

Belangrijk daarbij is te vermelden dat heel wat lokale initiatieven buddy’s en tutoren inzetten die aan huis gaan. Dankzij deze thuisbegeleiding kunnen die buddy’s en tutoren het absolute belang van ouderbetrokkenheid gestalte geven. Dat is dus dubbele winst: de buddy’s versterken ouders in het begeleiden van hun kind en het creëren van belangrijke randvoorwaarden om thuis tot leren te komen én ze versterken de leerling zelf.

 

Oproep

‘Het is nu zaak om dit project niet verloren te laten gaan,’ besluit Loes Vandromme. ‘Er blijft lokaal nog altijd evenveel nood aan extra ondersteuning voor heel wat leerlingen Daarom is er nood aan een bovenlokaal platform waar scholen op kunnen intekenen.’

Aanvankelijk waren er wel wat bezorgdheden bij bestaande initiatieven die vreesden hun middelen te verliezen zoals dat voor sommige initiatieven al eerder geval was geweest. Ze vreesden ook mogelijke concurrentie op vlak van rekrutering van leerbuddy’s. Maar er werden lokaal goede afspraken gemaakt over de inzet van vrijwilligers. De financiering van dit project ging niet ten koste van de lokale initiatieven, maar er kon ook geen geïntegreerd financieringsmodel uitgewerkt worden waarbij lokale overheden bijvoorbeeld middelen krijgen om hun lokaal netwerk aan tutoren en leerbuddy’s te ondersteunen.

Dat zou alvast één doelstelling kunnen zijn in een vervolgtraject van dit project: meer ondersteuning voor lokale besturen die hun plaatselijk netwerk versterken. Zo kunnen we de werking en know-how ook Vlaanderen breed uitrollen en wordt er per definitie rekening gehouden met kinderen in grootstedelijke en landelijke context.

De studententutoringsprojecten, waarbij studenten die bijvoorbeeld een lerarenopleiding volgen leerlingen begeleiden, die er voor de start van Leerbuddy Vlaanderen al waren in de hogescholen zouden in ieder geval verder gezet moeten kunnen worden.

Leerbuddy Vlaanderen bundelde een schat aan informatie. Die expertise mag niet verloren gaan. Er is nood aan een bovenlokaal platform dat kruisbestuiving faciliteert, de andere actoren bovenlokaal samenbrengt in lerende netwerken en intervisies.

En tot slot wijst Loes Vandromme ook op het belang naar verder onderzoek rond buddy- en tutorbegeleiding in Vlaanderen.

‘Leerbuddy Vlaanderen bracht heel wat zaken in beweging. Het is nu zaak dit project te verduurzamen tot een project met meerwaarde,’ besluit Loes Vandromme.