Uit een recente studie van POM West-Vlaanderen met de andere Vlaamse provincies blijkt dat de 23 West-Vlaamse maatwerkbedrijven voor 219,5 miljoen euro bijdragen aan de Vlaamse economie. ‘Het belang van de sociale economie is niet te onderschatten’, vinden Loes Vandromme, volksvertegenwoordiger (cd&v) in het Vlaams Parlement die er sociale economie van dichtbij opvolgt, en gedeputeerde Jean de Bethune, bevoegd voor sociale economie. ‘Maatwerkbedrijven, de vroegere sociale en beschutte werkplaatsen, zorgen ervoor dat mensen die in het reguliere arbeids­circuit moeilijk aan de slag kunnen, via een duurzame job toch een volwaardige rol kunnen spelen in de samenleving.’

West-Vlaams pionierswerk

‘In 2016 was er al een eerste West-Vlaamse studie,’ weet Jean de Bethune. ‘Toen werd onderzocht hoeveel West-Vlaamse reguliere bedrijven een relatie hadden als klant of leverancier met één of meerdere West-Vlaamse maatwerkbedrijven. Eind 2020 kwam er een update van deze studie en werd het onderzoek ook uitgebreid waarbij gekeken werd naar alle klanten en leveranciers van maatwerkbedrijven, ook die buiten West-Vlaanderen.’

‘Een jaar later sprongen ook de andere provincies op de kar en kon dit onderzoek uitgerold worden over heel Vlaanderen. In totaal werkten 87 van de 120 maatwerkbedrijven in Vlaanderen (of 73%) mee aan het onderzoek. De respons in West-Vlaanderen was 100 procent: alle West-Vlaamse maatwerkbedrijven, 23 in totaal, leverden data aan. Dat maakt de cijfers en resultaten uiteraard bijzonder betrouwbaar,’ vult Loes Vandromme aan.

De cijfers

Hoe zinvol de maatwerkbedrijven zijn voor de economie, blijkt ook uit het interprovinciaal onderzoek naar de huidige situatie in de sector. In Vlaanderen bedraagt de netto toegevoegde waarde van de maatwerkbedrijven 844 miljoen euro (incl. subsidies). Zo’n 26% daarvan (219,5 miljoen euro in 2019) wordt gerealiseerd in West-Vlaanderen.

De 23 West-Vlaamse maatwerkbedrijven hebben samen bijna 6.800 medewerkers in dienst die professioneel begeleid worden, in een aangepaste omgeving. In Vlaanderen zijn er zo’n 27.000 werknemers aan de slag in maatwerkbedrijven. De grootte van de maatwerkbedrijven verschilt sterk: het kleinste maatwerkbedrijf in West-Vlaanderen telt 34 medewerkers en het grootste 1.732.

Over grenzen heen maar toch vooral sterk lokaal verankerd

De West-Vlaamse maatwerkbedrijven hebben ruim 2.500 klanten. Hoewel een aantal van hen enkele belangrijke internationale klantenrelaties heeft (goed voor 12,3% van de verkopen), komt het grootste aandeel van de Vlaamse klanten (79,4%) uit eigen provincie.

Voor hun leveranciers gaan maatwerkbedrijven wel iets vaker over de grenzen van hun eigen provincie. West-Vlaamse maatwerkbedrijven hebben in totaal 2.718 unieke Vlaamse leveranciers en kopen voor 15,3% (of 15 miljoen euro) aan bij buitenlandse leveranciers (of een lokale vestiging van een bedrijf met maatschappelijke zetel in het buitenland). Dat is het dubbele van het Vlaamse gemiddelde (7,5%). 68,5% van de leveranciers aan West-Vlaamse maatwerkbedrijven, komen uit de eigen provincie.

Maatwerkbedrijven werken ook met enclaves: dat zijn afdelingen op werkvloer van reguliere bedrijven waar maatwerkers onder begeleiding en toezicht van het maatwerkbedrijf aan het werk zijn. In West-Vlaanderen zijn er zo 96 unieke enclave-klanten. 9 op de 10 enclave-klanten bevinden zich in eigen provincie.

Maatwerkbedrijven werken dus heel lokaal. Zowel bij de klanten als bij de leveranciers is er een heel sterke lokale verankering.

Arbeidsmarkt

De maatwerkbedrijven hebben niet alleen economisch belang, ze hebben ook een functie in het bereiken van de door Vlaanderen vooropgestelde doelstelling : een werkzaamheidsgraad van 80% tegen 2030. Bovendien bieden ze een oplossing voor de krapte op de arbeidsmarkt. ‘Steeds meer vacatures blijven open staan,’ zegt Loes Vandromme. ‘Als er geen handen meer zijn om het werk op te nemen, kan onze economie op termijn niet meer groeien. In deze economisch onzekere tijden en met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, zijn vele bedrijven op zoek naar kwaliteitsvolle en flexibele oplossingen op maat. Maatwerkbedrijven kunnen daarin de ideale partner zijn.’

De belangrijkste bedrijfstak waar West-Vlaamse maatwerkbedrijven klanten hebben, is de maakeconomie (21,7% van hun Vlaamse klanten), met onder meer de sectoren voeding (4,2% van de Vlaamse klanten), nieuwe materialen (2,8%) en machinebouw & mechatronica (2,3%).  Daarna volgen de logistieke sector (13,2%) en de vrijetijdseconomie (10%). 4% is actief in de circulaire economie.

De belangrijkste leveranciers van de West-Vlaamse maatwerkbedrijven zijn actief in de logistieke sector (25,7%) en 16,1% in de maakeconomie (alle industriële sectoren met uitzondering van de aardolieproducten, chemie en farmaceutica).

Bijna de helft van de enclave-klanten zijn actief in de maakeconomie (47,8%), 22,8% in de logistieke sector en nog eens 15,2% in de voedingssector (onderdeel van de maakeconomie).

In sommige sectoren is de samenwerking nog eerder beperkt, maar heeft deze veel potentieel omdat het bij uitstek sectoren zijn met een structureel tekort aan arbeidskrachten. Voorbeelden zijn de zorg (5,1% van de Vlaamse klanten van de West-Vlaamse maatwerkbedrijven) en de bouw (6,8%). Op basis van bestaande best practices, zoals het ‘Tea for Two’-project in de woonzorgsector, en met initiatieven zoals doeners.be, het platform waar bedrijven en overheden een businesspartner kunnen vinden voor een samenwerking met een bedrijf uit de sociale economie, kan deze samenwerking verder gestimuleerd worden.

‘Er is dus zeker nog ruimte voor meer samenwerking’, vinden Vandromme en de Bethune. ‘Maatwerkbedrijven kunnen perfect de rol vervullen van een volwaardige businesspartner. Door opdrachten aan de sociale economie te geven, creëren we werk voor een kwetsbare groep en kunnen we onze lokale economie een stevige boost geven,’ besluiten ze.