Buurten staan volop in de belangstelling. Steden en gemeenten gaan op zoek naar hoe ze buurten kunnen creëren waar mensen, ongeacht leeftijd of zorgbehoefte, comfortabel in hun huis of vertrouwde buurt kunnen blijven wonen. Onze stad is daarin een voorloper in Vlaanderen.

Onlangs nog selecteerde de Koning Boudewijnstichting twee van onze buurtprojecten als inspirerend voorbeeld in een nieuw rapport. Het geeft ons de bevestiging dat we, over de beleidsdomeinen heen, verder moeten werken op dit elan. 

Zo’n warme buurt, waar mensen zorg dragen voor elkaar is een mooi en nobel doel, maar het komt niet vanzelf. Buurtbewoners, verenigingen, lokale besturen en professionele zorg- en welzijnsverstrekkers moeten er samen aan werken, op maat van hun buurt.

Het Fonds Dr. Daniël De Coninck, dat onder de vleugels van de Koning Boudewijnstichting werkt, ondersteunde in de voorbije jaren al 35 buurtgerichte initiatieven, liet die analyseren door een academisch team en maakte er het rapport ‘Lokaal samenwerken in zorgzame buurten’ over dat inspiratie kan bieden voor andere beleidsmakers in Vlaanderen én daarbuiten. Twee van de 35 projecten, komen uit Poperingse buurten.

Twee Poperingse voorbeelden voor Vlaanderen

In de rapport wordt het buurtsalon in Roesbrugge vermeld. Het buurtsalon is een centrale, multifunctionele locatie in het dorp waar dienstverlening, ontmoeting en mobiliteitsvoorzieningen geconcentreerd worden op schaal van het dorp.

Het tweede voorbeeld dat geciteerd wordt is ‘Tegoaere in de stroate’ waarbij er vanuit het lokaal dienstencentrum ‘De Bres’ verspreid over Poperinge en haar deelgemeenten verschillende ontmoetingsmomenten voor een door buurtbewoners georganiseerd worden.

Hoewel er altijd maatwerk nodig is, kunnen buurten zeker van elkaar leren. Ook voor ons was deelname aan deze studie een leerrijke ervaring. En de resultaten geven ons inspiratie om nieuwe zaken uit te proberen. Er bestaan ook geen wonderformules, het is vooral een kwestie van (goed) doen.

Verbindend werken

Behalve een projectomschrijving, worden in het rapport ook de verschillende processen over hoe de buurten te werk zijn gegaan uitvoerig beschreven. Je leest er over de succesfactoren, hindernissen en randvoorwaarden om een zorgzame buurt te realiseren.

Wat vooral duidelijk naar voren kwam uit het rapport, is dat er in de praktijk mensen betrokken zijn, die niet onder de klassieke definitie van ‘zorg- of welzijnsverstrekker’ vallen: bewoners, gezinnen, ouderen, kinderen, lokale handelaars, buren… Iedereen komt vroeg of laat, van ver of van dichtbij, in aanraking met zorgzame buurten. Dat is een ongelofelijke sterkte, maar het vraagt ook een gerichte aanpak. 

In het dorpenplan kwam het engagement van het stadsbestuur om te investeren in het menselijk kapitaal van haar inwoners ook al prominent aan bod. Ondertussen worden verschillende nieuwe zaken opgezet zoals het buurtsalon in Watou en binnenkort ook in Krombeke, een online participatieplatform, enz.

Het volledige rapport van de Koning Boudewijnstichting kan je hier nalezen.