Binnen een tweetal weken zwaaien de schoolpoorten opnieuw open. “Het liefst met zo weinig mogelijk beperkingen voor directies, leerkrachten en leerlingen, maar uiteraard onder veilige omstandigheden. Daarom is het voor CD&V nu meer dan ooit van belang dat de preventieadviseurs in opperste staat van paraatheid zijn. Preventieadviseurs spelen immers een cruciale rol in het verzoenen van twee basisrechten: het recht op onderwijs en het recht op veiligheid van directies, leerkrachten en leerlingen. Preventieadviseurs krijgen vandaag te weinig erkenning en ondersteuning om ten volle hun rol te kunnen spelen.  

Door corona uit de schaduw

In het laatste anderhalf jaar kwam de taak van preventieadviseur op school heel vaak op de voorgrond. Scholen stonden voor enorme uitdagingen door de coronacrisis en de preventieadviseurs waren heel belangrijke spelers in de plaatselijke regie rond de uitrol van coronamaatregelen op school. Door de coronacrisis raakten meer mensen bekend met de rol en taak van de preventieadviseurs. Maar ook het gebrek aan erkenning werd duidelijk. 

De functie van ‘preventie-adviseur’ is op vandaag geen afzonderlijk ambt binnen de regelgeving rond het onderwijspersoneel. In eerste instantie wil Vandromme zicht krijgen op wie de preventieadviseurs zijn en hoe ze werken. Zo kunnen we ze ook gericht ondersteunen en extra opleiding aanbieden. De minister heeft geen zicht op de groep van preventieadviseurs die vandaag aan het werk zijn in het Vlaamse onderwijsveld. Net omdat er geen apart ambt van preventieadviseur bestaat, is het daarnaast niet altijd evident om personeelsleden te vinden die deze belangrijke en niet-evidente taak op zich willen nemen.

Belangrijke taak ook erkennen

Naast het in kaart brengen van de preventieadviseurs die aan de slag zijn in het onderwijsveld pleit ik ook voor meer erkenning door aparte uren of punten te voorzien voor het werk van preventieadviseurs. Nu moeten schoolbesturen uren en punten samenbrengen om de functie van preventieadviseur volwaardig in te vullen. Een preventieadviseur neemt deze opdracht nu steeds vanuit een ander ambt op. Heel vaak ‘delen’ scholen ook een preventie-adviseur, wat op zich geen knelpunt hoeft te zijn.

 

Ondertussen moeten we op zoek gaan naar manieren om preventie-adviseurs in hun zeer specifieke functie nog beter te ondersteunen. Extra intervisie en opleiding via bijvoorbeeld prioritaire bijscholingen door de onderwijsverstrekkers zou hier een mogelijkheid kunnen zijn. En hoewel ‘welzijn op het werk’ in hoofdzaak een federale materie is, zou ook de onderwijsinspectie hier een controlefunctie kunnen vervullen.

 

Tot slot wijs ik op de rol van de preventieadviseur bij de luchtkwaliteit in klassen en de mogelijke aankoop van CO2-meters. Goed opgeleide preventieadviseurs kunnen scholen adviseren bij het creëren van een gezonde schoolomgeving en raad geven waar en wanneer de aanschaf van CO2-meters opportuun is. De resolutie die we eind vorig jaar in de coronacommissie unaniem goedkeurden heeft het over de ‘nood aan meer concrete, duidelijke richtlijnen en een snelle toegang tot de aanschaf van CO2-meters, eventueel via een groepsaankoop, voor scholen’. Preventieadviseurs spelen een cruciale rol om dit in goede banen te leiden.