Gezinnen kunnen de hoge schoolfacturen steeds moeilijker betalen. Dat blijkt uit een grote bevraging van cd&v bij 483 scholen in Vlaanderen en Brussel. Vooral klasuitstappen en de middagopvang vormen een grote kost voor de gezinnen. Ook facturen voor warme maaltijden blijven steeds vaker openstaan. Die tendens baart Loes Vandromme, Vlaams parlementslid en onderwijsexperte voor cd&v, grote zorgen. Volgens Vandromme krijgen scholen hierin te weinig ondersteuning.  “Initiatieven en hulporganisaties die scholen kunnen ontzorgen op gebied van hulp voor kwetsbare leerlingen zijn veel te weinig gekend bij scholen. Dat is problematisch.” 

 

Steeds meer gezinnen komen in moeilijkheden om hun schoolfacturen te betalen. Uit een bevraging die cd&v organiseerde en waaraan in totaal 483 scholen deelnamen, blijkt een grote bezorgdheid bij de scholen. “We kregen naar aanleiding van de bevraging tientallen mails binnen van schoolbesturen die een enorme stijging zien van het aantal onbetaalde schoolfacturen”, zegt Vlaams parlementslid Loes Vandromme. “We houden ons hart vast voor de komende maanden, nu alle prijzen stijgen en vooral de energiefactuur voor velen onbetaalbaar wordt.” 

 

Bijna 1 op 4 leerlingen heeft openstaande schoolfactuur  

Scholen hebben steeds meer leerlingen van wie er onbetaalde schoolfacturen zijn. Het probleem stelt zich het scherpst in grote scholen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de centrumsteden. Zo waren 23,1 procent van de schoolfacturen van leerlingen in de centrumsteden op 1 september van dit jaar niet betaald, ten opzichte van 19,6 procent vorig jaar. In het buitengewoon secundair onderwijs gaat dit zelfs om 24,9 procent van de leerlingen.  

“We zien niet alleen het aantal leerlingen dat openstaande schulden heeft verhogen, maar we zien ook dat het bedrag dat per leerling blijft openstaan steeds toeneemt”, zo getuigt Davy Mellemans, directeur bij Campus Max in Tessenderlo. Voor scholen in de steden liep het openstaande bedrag aan achterstallige facturen het voorbije jaar zelfs op met meer dan 30 procent. Het gemiddelde openstaande bedrag op 1 september dit jaar in scholen in de centrumsteden was 15.104 euro.  

 

 Scholen krijgen te weinig ondersteuning om hiermee om te gaan 

“Scholen zitten vaak in een gewrongen positie: enerzijds zorgen incassobureaus voor extra zorgen voor leerlingen en anderzijds komen scholen zelf in financiële moeilijkheden als zij het geld niet kunnen innen”, legt Vandromme uit. “Bovendien dreigen leerlingen zonder schoolboeken les te moeten volgen of niet te kunnen deelnemen aan schooluitstappen. Terwijl kwaliteitsvol onderwijs een recht is van elk kind.” 

“Daarom is het belangrijk dat scholen weten dat ze terecht kunnen bij hulporganisaties die scholen hierin bijstaan. Uit de bevraging die Vandromme afnam, dat er voor 29,4 procent van de scholen geen samenwerking is met gemeente of OCMW. Bovendien kent 60 procent van de scholen vzw Krijt niet en zelfs 83,3 procent van de scholen heeft nog nooit van My TrustO gehoord, beide hulporganisaties die scholen bijstaan en tussenkomen bij schuldbemiddeling. Ook de Robinpas, die gezinnen in armoede moet helpen om de schoolfactuur in het secundair onderwijs te betalen, doet bij weinig scholen een belletje rinkelen. “Dat is problematisch!” zegt het parlementslid. “Scholen toonden zich al bijzonder inventief om de gezinnen bij te staan, via fondsen, persoonlijke contacten en brugfiguren. Er gebeuren hier ontzettend veel inspanningen rond, maar dat kost veel tijd en energie. Bestaande hulporganisaties kunnen scholen ontlasten maar moeten nog meer bekendheid verwerven. Daarnaast moeten we ook de koopkracht van scholen veel beter monitoren dan dat nu het geval is. Zo komen mogelijke financiële problemen veel eerder op de radar en kan sneller ingegrepen worden.” 

Vandromme roept de onderwijsminister daarom op om de link tussen de bestaande hulpinitiatieven en de scholen te versterken. “Gezinnen komen vandaag in de problemen, voor scholen en directies is de planlast nu al enorm. Hulporganisaties kunnen scholen én gezinnen hierin ontzorgen. Maar dan moeten scholen wel bekend gemaakt worden met die initiatieven. Iedereen heeft de mond vol van de kwaliteit van het onderwijs, maar de kwaliteit start bij zorgeloos les volgen.”