West-Vlaamse landbouwers investeren meer in hoevewinkels, toerisme en educatie op de boerderij

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

West-Vlaamse landbouwers blijven volop investeren in de verbreding en diversificatie van hun landbouwbedrijf. Dat blijkt uit cijfers over VLIF-steun (VLIF: Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) in het kader van hoevewinkels, hoevetoerisme en educatieve activiteiten op landbouwbedrijven die Vlaams parlementslid Loes Vandromme (cd&v) opvroeg bij Vlaams minister voor Landbouw Jo Brouns.

Vooral de cijfers voor hoevewinkels en het educatief toegankelijk maken van landbouwbedrijven vallen op. In beide domeinen neemt West-Vlaanderen een uitgesproken voortrekkersrol op. Ook voor hoevetoerisme blijft onze provincie de absolute koploper, ondanks een eerste daling van het aantal dossiers na een uitzonderlijk sterk 2024.

Recordjaar voor hoevewinkels

Nooit eerder werden in West-Vlaanderen zoveel investeringsdossiers voor hoevewinkels goedgekeurd. In 2025 ging het om 105 dossiers, samen goed voor 1.293.499 euro aan investeringssteun.

In heel Vlaanderen werden vorig jaar 235 dossiers goedgekeurd, goed voor een totaalbedrag van 3.270.584 euro. West-Vlaanderen is daarmee goed voor bijna 45 procent van alle Vlaamse dossiers.

De voorsprong op de andere provincies is groot. Oost-Vlaanderen, de tweede provincie in de rangschikking, telde vorig jaar 52 goedgekeurde dossiers.

Ook op Vlaams niveau was 2025 een recordjaar. Het aantal aanvragen nam in alle provincies toe, maar nergens was de dynamiek zo groot als in West-Vlaanderen.

“De cijfers tonen aan hoe sterk de korte keten leeft in West-Vlaanderen,” zegt Loes Vandromme. “Onze landbouwers zijn ondernemers die voortdurend op zoek gaan naar nieuwe kansen. De verkoop rechtstreeks van de boerderij naar de consument is daar een mooi voorbeeld van. Met 105 goedgekeurde dossiers breken we alle records. Dat toont de dynamiek van onze landbouwsector én het groeiende belang van de rechtstreekse relatie tussen landbouwer en consument.”

West-Vlaanderen blijft koploper in hoevetoerisme

Ook op het vlak van hoevetoerisme blijft West-Vlaanderen de Vlaamse voortrekker. Wel daalde het aantal dossiers vorig jaar voor het eerst na een sterk 2024.

In 2024 werden in vergelijking met de voorgaande jaren uitzonderlijk veel dossiers (28) goedgekeurd, waarvan maar liefst 22 West-Vlaamse dossiers. In 2025 zakte het aantal Vlaamse dossiers naar 21, waarvan 9 uit West-Vlaanderen.

In totaal werd vorig jaar 553.661 euro aan subsidies uitbetaald voor investeringen in hoevetoerisme. Daarvan ging 283.770 euro naar West-Vlaamse dossiers, goed voor ruim de helft van het Vlaamse totaal.

Ondanks de terugval na het recordjaar van 2024, bevestigen de cijfers dat West-Vlaanderen een belangrijke rol blijft spelen in het combineren van landbouw en toerisme.

“Onze provincie blijft de Vlaamse trekker,” weet Loes Vandromme. “Uit de meest recente cijfers (2023) weten we dat er in Vlaanderen 620 landbouwbedrijven met hoevetoerisme zijn. 224 van deze uitbatingen zijn West-Vlaamse bedrijven. Toerisme en blijft een belangrijke economische pijler in onze provincie. Daarom is het belangrijk om te blijven zoeken hoe we ondernemers die daarin willen investeren, het best kunnen ondersteunen.”

Opvallende groei van investeringen voor educatie op landbouwbedrijven

Het meest opvallende cijfer vinden we misschien wel bij de investeringen voor het educatief toegankelijk maken van landbouwbedrijven. Landbouwers die regelmatig groepen en klassen ontvangen kunnen zo bijvoorbeeld ondersteuning krijgen voor het inrichten van een onthaalruimte of de aankoop van educatief materiaal.

In 2023 en 2024 werden telkens ongeveer een tiental dossiers goedgekeurd. In 2025 was er een spectaculaire stijging: 47 aanvragen werden goedgekeurd in heel Vlaanderen (waarvan 32 dossiers uit West-Vlaanderen). In totaal werd hiervoor vorig jaar 448.877 euro aan subsidies uitbetaald.

Met 32 van de 47 dossiers is West-Vlaanderen goed voor bijna 68 procent van alle Vlaamse dossiers. “De cijfers tonen aan dat steeds meer landbouwers hun bedrijf ook openstellen voor educatie en ontmoeting. In amper twee jaar tijd evolueren we van jaarlijks een tiental dossiers naar 47 investeringen. Landbouwers willen blijkbaar niet alleen produceren, maar ook tonen en vertellen wat er op hun bedrijf gebeurt. Dat is bijzonder waardevol. Voor veel kinderen én volwassenen is een bezoek aan een landbouwbedrijf de meest concrete manier om te ontdekken waar voedsel vandaan komt en hoe landbouw werkt,” vindt Vandromme.

Landbouwers zoeken nieuwe kansen

De drie reeksen cijfers tonen samen een bredere evolutie. Landbouwers kijken steeds vaker verder dan de klassieke landbouwactiviteit en zoeken naar manieren om hun bedrijf te verbreden, extra inkomsten te creëren en de band met de samenleving te versterken. Dat is een ontwikkeling die we moeten blijven koesteren en ondersteunen,” besluit Loes Vandromme.

Nieuws

Poperinge zet welzijn breed in de kijker

Gedurende oktober zetten we in Poperinge het belang van goede geestelijke gezondheid in de kijker. Dit jaar staat Samen Veerkrachtig in het teken van omgaan met moeilijke perioden.

Poperinge bouwt verder aan warme traditie van troost

Na een eerste bijzonder jaar vol troostvolle initiatieven werd ook dit jaar verder gebouwd op wat in 2025 ontstond, toen Poperinge het label van Reveil Troostgemeente behaalde. Een enthousiaste groep inwoners gaf samen met stad Poperinge vorm aan het troostprogramma. Het resultaat is een gevarieerd aanbod van activiteiten en acties die ruimte maken voor herinnering, ontmoeting, verbinding en troost.

Busbegeleiders blijven kampen met onzekere toekomst

Het nieuwe schooljaar loopt al enkele weken. Leerkrachten, directies en leerlingen hebben ondertussen al volop de draad weer opgepikt. Ook een goede 250 busbegeleiders engageren zich opnieuw om kwetsbare leerlingen veilig van en naar school te begeleiden. Maar velen van hen kijken met een bang hart naar de toekomst. “Busbegeleiders vervullen een essentiële taak voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen,” weet Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). “Maar hun statuut is weinig aantrekkelijk, de uurroosters zijn vaak moeilijk combineerbaar met een andere job en het is voor velen bijzonder moeilijk om voldoende bijkomende uren te vinden om minstens halftijds aan de slag te kunnen. Hetzelfde verhaal horen we trouwens bij begeleiders in de voor- en naschoolse opvang of bij personeel dat ’s middags toezicht houdt in de refter of op de speelplaats.” Vandromme roept de minister van onderwijs op om ook voor deze onmisbare schakels in ons onderwijssysteem de nodige zekerheid te bieden en de bekommernissen mee te nemen bij het uitwerken van het lerarenloopbaanpact.”