Aantal West-Vlaamse kinderen in pleegzorg stijgt in vier jaar fors met 31%

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

In 2015 waren er 6.547 pleegkinderen in Vlaanderen. In 2019 is dat aantal opgelopen tot 8.866. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (CD&V) heeft opgevraagd bij Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke.

‘In West-Vlaanderen kennen we tov 2015 een stijging van maar liefst 31.49% van het aantal unieke kinderen,’ gaat collega-parlementslid Loes Vandromme (CD&V) verder. ‘In 2015 waren er nog 1218 West-Vlaamse pleegkinderen maar in 2019 klom dit aantal tot 1576 kinderen.’

In 2014 wijzigde de wetgeving waardoor een jeugdrechter voortaan verplicht is om eerst een pleeggezin te zoeken voor een jongere die moet worden geplaatst. De kleinschaligheid van een gezin stimuleert de ontwikkeling van een kind immers bijzonder goed. Maar pleegzorg is vaak ook op vraag van de ouders of in samenspraak met ouders en hulpverlening zonder dat een rechter moet tussenkomen.

 

Pleegzorg bestaat trouwens ook in veel verschillende vormen. ‘Als pleeggezin kan je niet alleen kinderen of jongeren opvangen. Ook pleeggasten, volwassenen met een handicap en/of een psychiatrische problematiek, kunnen terecht bij gastgezinnen,’ vertelt Loes Vandromme. ‘Ze komen bij pleegzorg terecht omdat hun ouders (tijdelijk) niet voor hen kunnen zorgen. In twee derde van de West-Vlaamse pleegzorgdossiers, spreken we over netwerkpleegzorg omdat de kinderen verblijven bij iemand uit het netwerk van het gezin of een familielid.’

Pleegkinderen en pleeggasten kunnen heel lang in een pleeggezin wonen. Maar in sommige situaties verblijft een pleegkind of pleeggast maar enkele weken of één weekend per maand in een pleeggezin. Men gaat daarbij altijd op zoek naar de vorm van pleegzorg die het beste past.

 

Bijna een vierde (23%) van de West-Vlaamse pleegkinderen- en jongeren is tussen de 7 en 11 jaar oud.

Ook opmerkelijk is het feit dat 33% van de in 2019 opgestarte dossiers over 0-3 jarigen gaat. En nog eens 12% van de nieuwe dossiers betreft 4-6 jarigen. In West-Vlaanderen is het aandeel van de leeftijdsgroep (0-6 jaar) daarmee 8% hoger dan elders in Vlaanderen.

Ongeveer 18% van de pleegkinderen in Vlaanderen woont bij een pleeggezin in West-Vlaanderen. Tussen de provincies onderling zijn er wel grote verschillen. Zo woont een derde van alle Vlaamse pleegkinderen in een Antwerps gezin. Dit kan te maken hebben met het plaatsingsbeleid, dat per provincie is geregeld, of met de demografische kenmerken van een provincie,’ geeft Loes Vandromme nog mee.

 

Wie interesse heeft om pleegouder te worden, kan terecht op de website pleegzorgvlaanderen.be of op het telefoonnummer 0800.30.181

Nieuws

Bibliotheek en De Lovie vzw slaan de handen in elkaar op Erfgoeddag

Op Erfgoeddag, zondag 21 april, kan je dit jaar opnieuw het kasteelpark De Lovie bezoeken. Het thema is dit jaar ‘Samen uit, samen thuis’. Je geniet er van het lokale aanbod met de jaarlijkse Bloemendagen en kan gezellig rondkuieren in de historisch rijke omgeving. Een nieuwigheid dit jaar is een samenwerking met de bibliotheek voor extra activiteiten en een boekenverkoop.

Poperinge opent rouwregister voor Gwy Mandelinck

Gwy Mandelinck, bezieler van de Poëziezomers in Watou, is overleden op vrijdag 5 april. Het stadsbestuur opent een rouwregister in de kerk van Watou. Je kan er dagelijks terecht tussen 9 u. en 17.30 u .

Onderwijsinspectie moet te allen tijde onafhankelijk kunnen werken!

Lieven Viaene, topman van de onderwijsinspectie, gaat met pensioen. In een afscheidsinterview uit hij zijn bezorgdheid over de richting die de onderwijsminister de inspectie induwt. De inspectie werd de afgelopen jaren 'geremd in het benoemen wat er op het veld niet goed loopt,' zo stelde de man in De Ochtend op Radio 1.

Wat mij betreft, is het van primordiaal belang dat de inspectie onafhankelijk haar werk kan doen, zodat de overheid gevoed wordt door een objectief en breed beeld van hoe onze scholen, hoe onze lerarenteams werken. Vandaar dat het ook belangrijk is dat inspecteurs ervaring op het terrein, in de klas, hebben. Ongeoorloofde politieke druk kan nooit de bedoeling zijn. Als er gevraagd wordt dat de inspectie doet wat de democratie vraagt, dan rapport de inspectie beter aan het parlement dan aan de minister van Onderwijs.