Meer vrouwelijke bedrijfsleiders in Vlaamse land- en tuinbouwsector

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft groeien. Twintig procent van alle Vlaamse landbouwbedrijven wordt vandaag geleid door een vrouw. Vijf jaar eerder was dit nog 19%. In 2023 had in exact 4.857 landbouwbedrijven in Vlaanderen een vrouw de leiding. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns bekendmaakte in antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). ‘Vrouwen nemen steeds vaker het voortouw in de Vlaamse land- en tuinbouw. De evolutie naar meer gendergelijkheid in leidende functies kunnen we alleen maar toejuichen’, vindt het parlementslid.

Sectorale en regionale verschillen

Tussen de provincies onderling zijn er geen al te grote verschillen in het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders. De percentages schommelen tussen 19% in Limburg en Vlaams-Brabant en 23% in Antwerpen.  In Oost- en West-Vlaanderen gaat het over 20%. Die verhoudingen lagen vijf jaar eerder ook al zo.

Tussen de deelsectoren merken we wel verschillen. Vrouwelijke bedrijfsleiders zijn het sterkst vertegenwoordigd in de sector ‘overige graasdieren’ zoals schapen en geiten (30%) en in de varkens- en pluimveehouderij (27%). Bij de bedrijven met melk- en vleesvee blijft het aandeel het laagst met 12%. Bij de zuivere melkveebedrijven spreken we over 12%.

Meer vrouwen nemen landbouwbedrijf over met VLIF-steun

‘We mogen bovendien verwachten dat het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de toekomst nog verder zal stijgen,’ weet Loes Vandromme. ‘Dat blijkt namelijk uit het aantal starters en overnemers die VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) aanvragen voor de opstart of overname van een landbouwbedrijf. In 2023 werden 52 van de 199 geselecteerde dossiers (26%) ingediend door vrouwen. In 2024 steeg dat aantal naar 93 op 239 dossiers, wat overeenkomt met 39%.

Specifiek in West-Vlaanderen kregen vorig jaar 98 landbouwers VLIF-steun bij een bedrijfsstart of -overname. 38% daarvan (in absolute cijfers 37) zijn vrouwelijke landbouwers.

‘De instroom van de vele jonge landbouwsters is een zegen voor de broodnodige generatiewissel in onze landbouwsector,’ zegt minister Brouns. ‘Slechts 13% van de bedrijfsleiders ouder dan 50 jaar heeft vandaag een opvolger. Des te hoopgevender is het om te zien hoe steeds meer jonge vrouwen de riek opnemen met frisse ondernemerszin. Hen zekerheid en kansen bieden blijft ons doel, ook de komende jaren.’

 

Loes Vandromme ziet deze evolutie als een inhoudelijke verrijking voor de sector. ‘Vrouwelijke ondernemers hanteren vaak een andere vorm van leiderschap en hebben meer oog voor het sociale en maatschappelijke aspect van de sector. Deze evolutie kunnen we alleen maar positief noemen,’ besluit het parlementslid.

Nieuws

Open Call- Watou Live

Kunstenfestival Watou lanceert voor het eerst een open call voor Watou Live. Daarvoor werkt het festival samen met Muziekcentrum Dranouter. “We zoeken niet zomaar een singersong-writer, maar wel een artiest die gaat voor een cross-over met poëzie, literatuur of film”, aldus de organisatie

Architectenbureau dat stedelijke kunstacademie zal bouwen, gekend

Scholen van Vlaanderen gunde de bouw van een stedelijke kunstacademie op de Vroonhofsite aan het architectenbureau Bildt Architecten bvba (Roeselare) – Team V Architectuur B.V. (Amsterdam) op basis van een wedstrijdformule. In 2026 transformeren de aanbestedende overheid, de stad Poperinge en het architectenbureau het schetsontwerp tot een definitief ontwerp. De bouw zelf start in 2028.

Poperinge, Heuvelland en Langemark-Poelkapelle bundelen krachten voor publieke ouderenzorg

De lokale besturen van Poperinge, Heuvelland en Langemark-Poelkapelle ondertekenen een intentieverklaring om nauwer samen te werken binnen het domein van de ouderenzorg. Met die gezamenlijke stap leggen de drie besturen de basis voor een versterkte samenwerking, met het oog op de oprichting van een publieke welzijnsvereniging. Die samenwerking moet het aanbod aan kwaliteitsvolle, betaalbare en toegankelijke zorg in de regio op lange termijn verankeren.