Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft stijgen. In 2025 telde Vlaanderen 6.763 vrouwelijke zaakvoerders, goed voor 22.1% van alle Vlaamse landbouwbedrijfsleiders. Twee jaar eerder, in 2023, was dat nog 20%. In onze provincie gaat het over 2.248 vrouwelijke ondernemers of 22.2% van het totaal aantal landbouwbedrijfsleiders in West-Vlaanderen. Twee jaar geleden was dat nog 20%. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v) ziet een duidelijke tendens: “Vrouwelijk ondernemerschap in de landbouw gaat duidelijk in stijgende lijn en dat komt de hele sector ten goede. Vrouwelijke ondernemers pakken de bedrijfsvoering vaak net iets anders aan dan hun mannelijke collega’s en hebben oog voor zaken die anders misschien onderbelicht blijven.”
Jonge vrouwen stuwen de sector vooruit
Bovendien blijkt uit de leeftijdsverdeling dat heel wat jonge vrouwen een land- of tuinbouwbedrijf leiden. In de groep bedrijfsleiders tot 40 jaar bedroeg het aandeel vrouwen in 2025 maar liefst 26.9%. In de leeftijdscategorie ouder dan 40 jaar, is ongeveer 1 op 4 bedrijfsleiders een vrouw.
In 2025 werden in totaal 319 aanvragen voor VLIF-steun ‘opstart en overname door jonge landbouwer' (VLIF= Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) geregistreerd. 109 daarvan werden aangevraagd door een vrouw. Dat komt overeen met 34% van alle starters. In 2023 bedroeg dit percentage nog 26%.
West-Vlaanderen speelt bovendien een grote rol in het aantal jonge vrouwelijke starters: maar liefst 42% van de overnamedossiers door vrouwen in 2025 kwamen uit onze provincie.
Loes Vandromme ziet deze evolutie als een inhoudelijke verrijking voor de sector: “Vrouwen kiezen vandaag duidelijk voor volwaardig leiderschap. Ze nemen beslissingen, dragen verantwoordelijkheid en zetten de strategische lijn van hun bedrijf uit,” stelt Vandromme. “Vrouwelijke ondernemers hebben meer oog voor het sociale en maatschappelijke aspect van de sector. Deze evolutie kunnen we alleen maar positief noemen,” zegt het parlementslid.
Sterke aanwezigheid in diverse sectoren
Binnen de specifieke deelsectoren zien we wel wat onderlinge verschillen (de meest recente beschikbare cijfers dateren van 2024).
Procentueel is het aandeel vrouwelijke zaakvoerders het grootst bij de deelsector ‘overige graasdieren’ (30,9%). Daarna volgen de pluimveesector (27.1%), de varkenshouderij (24,9%) en de glastuinbouw voor groenten (24,3%).
In absolute aantallen zijn akkerbouwbedrijven duidelijk de grootste groep met een vrouw aan het roer (1596). Op grote afstand volgen dan de sectoren met ‘overige graasdieren’ (746) en ‘vleesvee’ (689).
Vandromme juicht de aanwezigheid in diverse sectoren toe: “De cijfers spreken voor zich: in akkerbouw, veeteelt, pluimvee en glastuinbouw staan vandaag honderden Vlaamse vrouwen aan het roer. Hun aanwezigheid in élke deelsector toont dat zij mee de richting van onze Vlaamse land- en tuinbouw bepalen.”