Poperinge zet welzijn breed in de kijker
Gedurende oktober zetten we in Poperinge het belang van goede geestelijke gezondheid in de kijker. Dit jaar staat Samen Veerkrachtig in het teken van omgaan met moeilijke perioden.
Sinds een 8-tal jaar kunnen scholen, naast Frans, Engels of Duits ook nog andere levende vreemde talen aanbieden. Niet veel scholen grijpen deze kans, zo blijkt uit cijfers die Loes Vandromme, Vlaams Parlementslid en onderwijsspecialiste voor cd&v opvroeg bij de minister. Toch is de interesse in West-Vlaanderen voor vreemde talenonderwijs groot. In de tweede graad secundair onderwijs steeg het aantal leerlingen dat Spaans volgt in 3 jaar tijd van 4 naar 103 leerlingen, verspreid over 4 West-Vlaamse scholen. Het aantal leerlingen in de derde graad dat Spaans volgt, is nog altijd beduidend hoger. Maar die cijfers daalden dan weer van 423 in het schooljaar 2016-2017 naar 311 in 6 jaar. Het aantal Vlaamse leerlingen dat in de 3de graad Italiaans volgt is dan weer bijna uitsluitend een West-Vlaams verhaal.
Onderwijstalen-talenonderwijs
Waar precies welke onderwijstaal gehanteerd moet worden in België, is strikt gereglementeerd in de wet van 30 juli 1963 over de taalregeling in het onderwijs. Ook in het decreet basisonderwijs en de codex secundair onderwijs staan daar dwingende bepalingen rond. Maar uiteraard mogen andere talen en taalvakken in een andere taal dan het Nederlands gegeven worden.
Na de goedkeuring van de talennota in 2013, mogen scholen sinds schooljaar 2014-2015 ervoor kiezen elke andere levende vreemde taal dan het Frans, Engels of Duits in te richten als algemeen vak. In de praktijk beperkt de keuze zich in Vlaamse scholen tot Spaans of Italiaans. De populariteit is niet zo groot, maar in West-Vlaanderen blijkt er het meest interesse in vreemde talenonderwijs.
Spaanse les in West-Vlaams secundair onderwijs
Sinds 2016-2017 kan je in verschillende West-Vlaamse scholen Spaans als vierde taal in de 2de graad secundair onderwijs kiezen. Dit aanbod begon heel voorzichtig met 4 leerlingen, maar groeide vooral in het schooljaar 2020-2021 aan tot 103 leerlingen. Op vandaag is het aanbod er in 4 scholen: Assebroek, Torhout (2 scholen) en Veurne.
In de 3de graad geeft dit een ander beeld: in 6 jaar tijd daalde het aantal West-Vlaamse leerlingen van 423 naar 311. Gemiddeld daalt het aandeel van deze leerlingen van 2.5% naar 2.2% tegenover de totale schoolbevolking. Er zijn ondertussen 23 West-Vlaamse scholen waar je in de 3de graad Spaans kan volgen.
Opmerkelijk is het feit dat er ook 2 West-Vlaamse secundaire scholen voor Buitengewoon Onderwijs een aanbod Spaans in de 3de graad hebben. Dat is uniek in Vlaanderen.
Italiaans in West-Vlaams secundair onderwijs
Sowieso ligt het aantal leerlingen dat voor Italiaans kiest veel lager en is het aanbod veel kleiner dan voor Spaans, maar de cijfers voor West-Vlaanderen zijn wel opvallend.
In heel Vlaanderen volgden 37 leerlingen Italiaans in de 3de graad. Dit blijkt bijna een uitsluitend West-Vlaams verhaal te zijn: 21 van deze leerlingen volgden Italiaans in de enige West-Vlaamse school (uit Oostende) die dit aanbod doet.




Gedurende oktober zetten we in Poperinge het belang van goede geestelijke gezondheid in de kijker. Dit jaar staat Samen Veerkrachtig in het teken van omgaan met moeilijke perioden.
Na een eerste bijzonder jaar vol troostvolle initiatieven werd ook dit jaar verder gebouwd op wat in 2025 ontstond, toen Poperinge het label van Reveil Troostgemeente behaalde. Een enthousiaste groep inwoners gaf samen met stad Poperinge vorm aan het troostprogramma. Het resultaat is een gevarieerd aanbod van activiteiten en acties die ruimte maken voor herinnering, ontmoeting, verbinding en troost.
Het nieuwe schooljaar loopt al enkele weken. Leerkrachten, directies en leerlingen hebben ondertussen al volop de draad weer opgepikt. Ook een goede 250 busbegeleiders engageren zich opnieuw om kwetsbare leerlingen veilig van en naar school te begeleiden. Maar velen van hen kijken met een bang hart naar de toekomst. “Busbegeleiders vervullen een essentiële taak voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen,” weet Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). “Maar hun statuut is weinig aantrekkelijk, de uurroosters zijn vaak moeilijk combineerbaar met een andere job en het is voor velen bijzonder moeilijk om voldoende bijkomende uren te vinden om minstens halftijds aan de slag te kunnen. Hetzelfde verhaal horen we trouwens bij begeleiders in de voor- en naschoolse opvang of bij personeel dat ’s middags toezicht houdt in de refter of op de speelplaats.” Vandromme roept de minister van onderwijs op om ook voor deze onmisbare schakels in ons onderwijssysteem de nodige zekerheid te bieden en de bekommernissen mee te nemen bij het uitwerken van het lerarenloopbaanpact.”