'Meer flexibiliteit nodig in het onderwijs om lerarentekort aan te pakken'

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Vlaams parlementslid voor CD&V Loes Vandromme pleit voor meer flexibiliteit bij vaste benoemingen voor leerkrachten die vakken geven waarvoor zij niet strikt het ‘vereiste diploma’ hebben, de zogenaamde bekwaamheidsbewijzen. Volgens Vandromme kan dit mee in de strijd geworpen worden als oplossing voor het lerarentekort. Zo vindt het parlementslid het onbegrijpelijk dat gemotiveerde leerkrachten die voldoende bagage hebben om voor de klas te staan door een te strikte regelgeving gedemotiveerd raken. “De regelgeving leidt tot hallucinante situaties waarbij een ingenieur in de biochemie, die chemie, fysica of natuurwetenschappen geeft, momenteel niet vastbenoemd kan worden,” klaagt het parlementslid aan.

Het nieuwe schooljaar stelt het probleem van het lerarentekort opnieuw op scherp. Heel wat scholen worstelen met een tekort aan leerkrachten en krijgen te maken met uitval of leerkrachten die kiezen voor een andere carrière. Met initiatieven zoals het stimuleren van zij-instromers uit andere sectoren om te kiezen voor het onderwijs wil de Vlaamse regering meer leerkrachten aantrekken, maar volgens Vlaams parlementslid Loes Vandromme is meer flexibiliteit nodig om die leerkrachten ook in het onderwijs te houden.

 

Bekwaamheidsbewijs

Wie in het onderwijs aan de slag gaat moet een bekwaamheidsbewijs kunnen voorleggen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen drie gradaties: een ‘vereist bekwaamheidsbewijs’, een ‘voldoende geacht bekwaamheidsbewijs’ (zoals een wiskundeleerkracht die fysica geeft) en een ‘ander bekwaamheidsbewijs’ (wanneer een diploma te hoog of te laag is). Een school moet voorrang geven aan iemand met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Het kan enkel kandidaten met een ‘ander bekwaamheidsbewijs’ aanwerven als tijdelijke uitzonderingsmaatregel voor het lopende schooljaar.

“Toch kan dit soms leiden tot vreemde situaties,” zegt Loes Vandromme. Zo verwijst het parlementslid naar een getuigenis van Caissy Timperman. “Deze leerkracht heeft een diploma 'Master in industriële wetenschappen biochemie, na 2013-2014', en werkte reeds 4 jaar in de privésector. Na drie schooljaren dacht zij kans te maken op een vaste benoeming voor de vakken die ze geeft: chemie, fysica, biologie en natuurwetenschappen zowel in de tweede als de derde graad. Maar zij heeft uitsluitend een vereist diploma voor het vak biochemie... Dit vak bestaat echter niet (meer) in het secundair onderwijs,” legt Vandromme uit.

 

Te hoog diploma

“Het is vaak een te hoog diploma dat voor problemen zorgt. Masters die zich goed voelen in het basisonderwijs maar betaald worden als kinderverzorger. Beiden zijn van cruciaal belang op scholen, maar gezien de nood aan goed opgeleide mensen moeten we snel werk maken van ook masters in het basisonderwijs,’ zegt Vandromme. “We zien soms dat leerkrachten met ervaring ook de uitdaging van een master willen aangaan, maar dan ook hun job in het basisonderwijs moeten opzeggen door de strikte regelgeving. De vlakke loopbaan moeten we proberen te doorbreken.”

“Het is en blijft uiteraard de bedoeling dat wie voor een klas staat, bekwaam is en een rugzakje heeft met de nodige competenties. Maar het gebrek aan flexibiliteit in de regelgeving laat directieleden geen keuze. Ik pleit er dan ook voor om de directie van een school, zij die het dichtste bij de leerkracht staan, meer autonomie te geven om de regels inzake vaste benoemingen toe te passen,” zegt Vandromme.

 

Urgent probleem

“Het is zonde dat gemotiveerde leerkrachten omwille van de complexe regelgeving hun motivatie verliezen. We moeten alles op alles zetten om die leerkrachten in het onderwijs te houden. Het heeft weinig zin om mensen aan te trekken via zij-instroom trajecten wanneer ze na een aantal jaar het onderwijs verlaten omdat een vaste benoeming onmogelijk is,” aldus Vandromme.  “In de voorbije corona-periode hebben we met z’n allen schouder aan schouder er alles aan gedaan om onze scholen open te houden. Laat ons dan ook nu allen schouder aan schouder ervoor zorgen dat het niet het lerarentekort zal zijn, dat de scholen sluit.  Laat ons niet alleen de leraar van het jaar verkiezen, maar laat er ons ineens ook het jaar van de leraar van maken,” sluit Vandromme af.

Nieuws

Stad Poperinge investeert fors in cultuureducatie voor scholen via 'Expeditie Cultuur'

Elk schooljaar zet de stad Poperinge zowel organisatorisch als financieel sterk in op cultuureducatie voor kinderen en jongeren. Verschillende stadsdiensten, van cultuur en bibliotheek tot erfgoed en de kunstacademie bieden scholen een breed en kwaliteitsvol aanbod aan workshops, voorstellingen en creatieve activiteiten aan. Het cultuureducatieve aanbod dat de stad voor de scholen voorziet, wordt voortaan gebundeld onder de noemer ‘Expeditie Cultuur’.

Schooldirecties steeds moeilijker te vinden: weinig ondersteuning en zwaar takenpakket

Bij het begin van het schooljaar zal niet aan elke schoolpoort een schooldirecteur staan. Uit cijfers van VDAB blijkt de arbeidsmarkt voor schooldirecteurs bijzonder krap: in het voorbije jaar ontving de Vlaamse arbeidsbemiddelaar tot 690 vacatures voor leidinggevenden in een onderwijsinstelling. Eind augustus 2026 stonden daarvan nog 34 vacatures open. Uit een bevraging van cd&v bij scholen in heel Vlaanderen blijkt bovendien dat er iets schort: directeurs dragen een bijzonder zwaar takenpakket met beperkte ondersteuning. “Het is onverantwoord dat zo veel scholen moeten starten zonder (ervaren) directeur. In combinatie met een lerarentekort is dat een directe bedreiging voor de onderwijskwaliteit in Vlaanderen. Het is hoog tijd om de afspraken uit het regeerakkoord en eerdere cao’s effectief uit te voeren,” zegt Vlaams parlementslid en onderwijsexperte Loes Vandromme, die de bevraging organiseerde.

Vrouwelijke bedrijfsleiders aan het stuur van 1 op 5 Vlaamse landbouwbedrijven

Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft stijgen. In 2025 telde Vlaanderen 6.763 vrouwelijke zaakvoerders, goed voor 22.1% van alle Vlaamse landbouwbedrijfsleiders. Twee jaar eerder, in 2023, was dat nog 20%. In onze provincie gaat het over 2.248 vrouwelijke ondernemers of 22.2% van het totaal aantal landbouwbedrijfsleiders in West-Vlaanderen. Twee jaar geleden was dat nog 20%. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v) ziet een duidelijke tendens: “Vrouwelijk ondernemerschap in de landbouw gaat duidelijk in stijgende lijn en dat komt de hele sector ten goede. Vrouwelijke ondernemers pakken de bedrijfsvoering vaak net iets anders aan dan hun mannelijke collega’s en hebben oog voor zaken die anders misschien onderbelicht blijven.”