Planlastcalculator dreigt in de vergeethoek te belanden. Ondertussen lanceert minister van Onderwijs nieuw initiatief met 'raad van onderwijzers

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Bijna tweeënenhalf jaar na de lancering maakt slechts een kleine minderheid van de Vlaamse scholen gebruik van de planlastcalculator. In totaal hebben net geen 500 scholen de online tool ingevuld. Het voorbije jaar kwamen er slechts 61 scholen bij, wat wijst op een duidelijke en aanhoudende daling van de interesse. De calculator werd ontwikkeld door de Vlaamse onderwijsinspectie om scholen te helpen hun planlast in kaart te brengen.

“Deze cijfers liggen ver onder de verwachtingen,” stelt Loes Vandromme, Vlaams Parlementslid en onderwijsexperte voor cd&v. “De planlastcalculator is een waardevol instrument, maar zonder opvolging en beleidsondersteuning dreigt hij zijn doel volledig voorbij te schieten.”

Cijfers

Eind 2024 hadden exact 437 scholen een eigen schooldashboard aangevraagd. Vooral basisscholen maakten er al gebruik van. Maar in het voorbije jaar kwamen daar amper 61 scholen bij. In verhouding tot het totaal aantal scholen stijgt het percentage scholen met een planlastcalculator dus ook amper tegenover vorig jaar van 10.88% eind 2024 naar 12.40% van het totaal aantal scholen.

Geen rapporten meer, ondanks eerdere afspraken

Bij de invoering van de planlastcalculator engageerde de onderwijsinspectie zich om periodieke rapporten op te stellen voor zowel het onderwijsveld als de bevoegde minister. Die rapporten moesten de belangrijkste planlastveroorzakers en beleidsaanbevelingen in kaart brengen. Tot op vandaag werd slechts één rapport gepubliceerd, in december 2023. Nieuwe rapporten blijven uit.

“Dat is bijzonder jammer,” zegt Vandromme. “Zonder terugkoppeling en beleidsmatige opvolging verliest zo’n instrument zijn kracht. Scholen investeren tijd om hun planlast in kaart te brengen, maar zien vervolgens weinig tot geen concrete actie.”

Planlast blijft hardnekkig probleem

Uit dat eerste, en voorlopig enige, planlastrapport bleek trouwens dat planlast een subjectief en sterk contextgebonden fenomeen is. De onderwijsinspectie wees daarbij vijf domeinen aan die het vaakst als planlastverhogend worden ervaren: individuele leerwegen, talenbeleid, het leerlingvolgsysteem, rapportering en de samenwerking met het CLB.

“Net omdat planlast zo contextafhankelijk is, is maatwerk op schoolniveau cruciaal,” benadrukt Vandromme. “De planlastcalculator kan directies helpen om het gesprek aan te gaan met hun schoolteam. Leerkrachten ervaren planlast vaak anders dan directies en die verschillen moeten ernstig genomen worden.”

Internationaal voorbeeld

Ironisch genoeg groeit intussen de internationale interesse in de Vlaamse aanpak. In Nederland wordt in het nieuwe bestuursakkoord expliciet verwezen naar de planlastcalculator als een goed voorbeeld van hoe scholen ondersteund kunnen worden in de strijd tegen administratieve overlast. Terwijl onze noorderburen inspiratie halen uit Vlaanderen, dreigt de tool hier stilaan in de vergeethoek te belanden.

“Nochtans toont dat buitenlandse interesse aan dat we hier iets waardevols in handen hebben,” aldus Vandromme. “Maar een goed instrument zonder beleid is als een kompas zonder richting.”

Oproep tot hernieuwde visie

Ondertussen kondigde de minister van Onderwijs zeer recent aan dat ze een ‘raad van onderwijzers’ wil oprichten: 124 leerkrachten die samen met de overheid moeten bepalen wat planlast precies is en welke taken kunnen verdwijnen. “Een opvallend voorstel,” zegt Loes Vandromme daarover. “Er zijn namelijk al mogelijk waardevolle initiatieven rond planlast gelanceerd in het verleden, maar dan moeten die wel blijven opgevolgd worden. Niet alleen communicatie bij de lancering telt!”

Volgens Vandromme is het duidelijk dat de strijd tegen planlast nog lang niet gestreden is. “Er is geen tijd meer te verliezen. Maar we moeten het warm water niet elk jaar opnieuw blijven uitvinden. Is de minister zich wel bewust van de initiatieven die al bestaan? En hoe wil ze hier verder mee aan de slag?”

“Als we planlast écht willen verminderen, dan moeten we niet alleen tools ontwikkelen, maar ze ook actief blijven ondersteunen, evalueren en bijsturen. Anders dreigen veelbelovende initiatieven stilletjes te verdwijnen,” besluit Vandromme nog.

Nieuws

Financiële steun verzekerd voor Kunstenfestival Watou 2026: innovatieve editie met nieuwe creaties en collectieven

Na een periode van onzekerheid is er goed nieuws voor het Kunstenfestival Watou: de subsidies voor de editie van 2026 zijn officieel goedgekeurd. Daarmee is niet alleen de komende editie verzekerd, maar wordt ook gewerkt aan een stabiele toekomst voor het festival, in lijn met het Vlaamse regeerakkoord.
“Wij zijn bijzonder blij met dit positieve nieuws”, zegt schepen van Cultuur Loes Vandromme. “Er wordt een subsidie van 317.680 euro toegekend. Dat is iets meer dan in voorgaande jaren, maar absoluut noodzakelijk voor de organisatie van het festival.”

Blijft West-Vlaanderen achter in aanpak familiaal geweld?

Het aantal tijdelijke huisverboden (THV) in West‑Vlaanderen stijgt maar toch blijft onze provincie, ondanks die groei, ver achter op de rest van Vlaanderen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die Vlaams Parlementslid (cd&v) Loes Vandromme via haar collega Katrien Schryvers kon inkijken. Ook de Veilige Huizen, die een cruciale rol spelen in de aanpak van familiaal geweld, krijgen in West‑Vlaanderen aanzienlijk minder aanmeldingen dan vergelijkbare centra in andere provincies. “Dat moet ons toch zorgen baren,” zegt Vandromme. “Je woonplaats mag nooit bepalen welke bescherming je krijgt.” Het parlementslid pleit daarom voor een betere bekendmaking van de maatregelen en het hulpaanbod bij doorverwijzers als politie en parket.

Poperinge ontvangt label officiële Troostgemeente

Poperinge mag zich vanaf nu een officiële Troostgemeente noemen. Dit label is een erkenning van vzw Reveil voor lokale besturen die werk maken van een weldoordacht troostbeleid. Het is de bekroning na een jaartraject vol brainstorms en lokale troostacties.