Het nieuwe schooljaar loopt al enkele weken. Leerkrachten, directies en leerlingen hebben ondertussen al volop de draad weer opgepikt. Ook een goede 250 busbegeleiders engageren zich opnieuw om kwetsbare leerlingen veilig van en naar school te begeleiden. Maar velen van hen kijken met een bang hart naar de toekomst. “Busbegeleiders vervullen een essentiële taak voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen,” weet Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). “Maar hun statuut is weinig aantrekkelijk, de uurroosters zijn vaak moeilijk combineerbaar met een andere job en het is voor velen bijzonder moeilijk om voldoende bijkomende uren te vinden om minstens halftijds aan de slag te kunnen. Hetzelfde verhaal horen we trouwens bij begeleiders in de voor- en naschoolse opvang of bij personeel dat ’s middags toezicht houdt in de refter of op de speelplaats.” Vandromme roept de minister van onderwijs op om ook voor deze onmisbare schakels in ons onderwijssysteem de nodige zekerheid te bieden en de bekommernissen mee te nemen bij het uitwerken van het lerarenloopbaanpact.”
Hervorming werkloosheid en opbouw pensioenrechten
Door de hervorming van de werkloosheid en de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd dreigt de situatie voor busbegeleiders bovendien nog precairder te worden. Heel wat busbegeleiders zijn voor een deel van hun inkomen aangewezen op een aanvullende werkloosheidsuitkering of inkomensondersteuning. “Wanneer die ondersteuning wegvalt, dreigen mensen die vandaag gewoon aan het werk zijn, financieel in de problemen te komen,” zegt Loes Vandromme. Bovendien krijgen deze mensen vaak 10-maandencontracten aangeboden wat dan weer zeer nadelig blijkt voor de opbouw van pensioenrechten. In de nieuwe regeling moet je immers 156 dagen werken met een minimumcontract van 19u per week. Periodes van volledige werkloosheid (in juli en augustus bijvoorbeeld) tellen maar beperkt mee in gelijkstellingen voor de opbouw van pensioenrechten. Ook daar lopen ze dus weer een risico.
“Ook qua arbeidsomstandigheden zijn er werkpunten,” weet Loes Vandromme. “Busbegeleiders zouden moeten kunnen beschikken over een gsm of smartphone zodat ze vlot kunnen communiceren met ouders, chauffeurs en de school. Ook comfortabele en kwaliteitsvolle bussen (met airco en verwarming!) zijn essentieel voor het welzijn van zowel de busbegeleiders en chauffeurs als voor de leerlingen. En in sommige gevallen kan een verbreding van het takenpakket ook interessant zijn.”
Niet alleen busbegeleiders
De problematiek beperkt zich bovendien niet tot busbegeleiders. Ook ander zogenaamd MVD-personeel (meester-, vak- en dienstpersoneel) kampt al langer met een moeilijke combinatie van beperkte contracten, versnipperde uurroosters en onvoldoende werkzekerheid. Concreet gaat het dan vaak over de mensen die toezichthouden tijdens de middagpauzes, hulp bieden in de refter of de voor- en naschoolse opvang voorzien.
Voor veel van die werknemers is een bijkomende job theoretisch mogelijk, maar in de praktijk bijzonder moeilijk te organiseren. De gespreide uren en specifieke momenten waarop zij aanwezig moeten zijn, maken het niet evident om een tweede werkgever te vinden die daarmee rekening kan houden. “De boodschap aan deze mensen kan toch niet zijn: zoek maar een andere job. Want deze mensen vervullen een essentiële opdracht in ons onderwijs.”
Al meermaals aangekaart
Loes Vandromme kaart de situatie van het MVD-personeel al geruime tijd aan in het Vlaams Parlement en stelde hierover meermaals vragen aan de Vlaamse minister van Onderwijs. “De start van een nieuw schooljaar is opnieuw een moment waarop we ons de vraag moeten stellen hoe we omgaan met alle personeelsleden die ons onderwijs draaiende houden. Niet alleen leerkrachten en directies verdienen aandacht. Ook busbegeleiders en ander MVD-personeel zijn onmisbaar.”
Vandromme vraagt de minister dan ook om samen met de betrokken partners dringend te onderzoeken hoe het statuut en de werkzekerheid van deze personeelsleden kunnen worden verbeterd. “Het lijkt me aangewezen dat de MVD+-werkgroep die het statuut voor dit personeel verder opvolgt, weer opgestart wordt om samen naar structurele oplossingen te zoeken. De laatste keer dat deze werkgroep samenkwam, dateert al van 2019(!).” Vandromme rekent er ook op dat de nodige besprekingen hieromtrent vervat zitten in het lerarenloopbaanpact waar de minister samen met de sociale partners nu aan werkt. “Als we willen dat mensen deze jobs blijven opnemen, moeten we hen ook een eerlijk en duurzaam toekomstperspectief bieden,” besluit Loes Vandromme.