cd&v tevreden met praktijkcommissie eindtermen

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Vorige zaterdag werden de nieuwe eindtermen voor de tweede graad secundair onderwijs door de Vlaamse regering goedgekeurd. Een opvallende nieuwigheid daarin is de aanwezigheid van een praktijkcommissie die de nieuwe eindtermen zal evalueren en waar nodig bijsturen. Ook zullen de nieuwe eindtermen voor de derde graad secundair onderwijs niet van start mogen gaan vooraleer deze commissie haar evaluatie van de tweede en derde graad gemaakt heeft.

Na bijna 20 jaar mochten de eindtermen aangepast worden zodat de leerlingen effectief voorbereid worden op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Een vernieuwing van de eindtermen moet leiden tot een heropwaardering van het onderwijs en de dalende trend omkeren.

 

“De bekommernissen op het werkveld zijn groot. Wij zijn dan ook tevreden dat  een praktijkcommissie is toegevoegd die toezicht zal houden en aanpassingen kan maken,” zeggen Jo Brouns en Loes Vandromme, leden van de commissie onderwijs voor CD&V.

“Met een stevige aandacht voor wiskunde en wetenschappen wil de Vlaamse regering de lat hoger leggen voor het onderwijs. Er heerst echter een angst dat de manier waarop de lat hoger wordt gelegd er vooral voor zal zorgen dat er meer leerlingen niet over zullen kunnen springen, terwijl de ongekwalificeerde uitstroom ook net een van de beweegredenen was om het secundair onderwijs te moderniseren. Met name in de doorstroomfinaliteit en dubbele finaliteit in het huidige TSO en KSO en de arbeidsmarktgerichte finaliteit – het huidige BSO, vrezen leerkrachten dat ze te veel leerstof zullen moeten behandelen op te weinig tijd, waardoor ze de tijd niet meer zullen hebben om voldoende te differentiëren en te ondersteunen in de klas.”

“De parlementsleden Brouns en Vandromme delen die bezorgdheid,”. “We zijn dan ook blij dat onze regeringsleden de evaluatie van de eindtermen van de tweede graad na 1 jaar voorzien. De nieuwe eindtermen voor de derde graad zullen pas uitgerold worden na een positieve evaluatie door een praktijkcommissie. Deze commissie moet gevuld worden met stemmen uit het werkveld zodat er geen beslissingen zullen worden genomen over de hoofden van de leerkracht.”

 

Verder herhalen de CD&V parlementsleden hun pleidooi dat de verbetering van de onderwijskwaliteit meer inhoudt dan enkel de eindtermen te moderniseren. Ze vragen om vertrouwen te geven aan de leerkrachten en hen voldoende tijd en ruimte te geven om te differentiëren, te verdiepen en te remediëren. En vooral ook voldoende kansen om zich levenslang te professionaliseren. Tot slot herhalen ze het belang van betrokken ouders. Hoge verwachtingen ten aanzien van onze kinderen worden maar ingelost in zover ouders zelf die verwachtingen hebben en ze voldoende steun krijgen vanuit hun omgeving.

Nieuws

Poperinge zet welzijn breed in de kijker

Gedurende oktober zetten we in Poperinge het belang van goede geestelijke gezondheid in de kijker. Dit jaar staat Samen Veerkrachtig in het teken van omgaan met moeilijke perioden.

Poperinge bouwt verder aan warme traditie van troost

Na een eerste bijzonder jaar vol troostvolle initiatieven werd ook dit jaar verder gebouwd op wat in 2025 ontstond, toen Poperinge het label van Reveil Troostgemeente behaalde. Een enthousiaste groep inwoners gaf samen met stad Poperinge vorm aan het troostprogramma. Het resultaat is een gevarieerd aanbod van activiteiten en acties die ruimte maken voor herinnering, ontmoeting, verbinding en troost.

Busbegeleiders blijven kampen met onzekere toekomst

Het nieuwe schooljaar loopt al enkele weken. Leerkrachten, directies en leerlingen hebben ondertussen al volop de draad weer opgepikt. Ook een goede 250 busbegeleiders engageren zich opnieuw om kwetsbare leerlingen veilig van en naar school te begeleiden. Maar velen van hen kijken met een bang hart naar de toekomst. “Busbegeleiders vervullen een essentiële taak voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen,” weet Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v). “Maar hun statuut is weinig aantrekkelijk, de uurroosters zijn vaak moeilijk combineerbaar met een andere job en het is voor velen bijzonder moeilijk om voldoende bijkomende uren te vinden om minstens halftijds aan de slag te kunnen. Hetzelfde verhaal horen we trouwens bij begeleiders in de voor- en naschoolse opvang of bij personeel dat ’s middags toezicht houdt in de refter of op de speelplaats.” Vandromme roept de minister van onderwijs op om ook voor deze onmisbare schakels in ons onderwijssysteem de nodige zekerheid te bieden en de bekommernissen mee te nemen bij het uitwerken van het lerarenloopbaanpact.”