Wie in Vlaanderen omwille van een aangeboren handicap, een ongeval of ziekte niet meer in staat is om zijn of haar auto veilig te besturen kan zijn voertuig laten ombouwen. Ofwel wordt de auto omgebouwd zodat die rolstoel toegankelijk is, ofwel wordt het voertuig aangepast zodat de persoon met een beperkte mobiliteit weer zelf kan sturen. Naar aanleiding van een bezoek van federaal parlementslid Nahima Lanjri (cd&v) aan auto-ombouwer Trapmann NV uit Kontich, verdiepte haar collega Loes Vandromme (cd&v) zich in de geldende Vlaamse regelgeving over deze thematiek.
“De procedure die je daarvoor moet doorlopen is intensief en tijdrovend,” weet het Vlaams Parlementslid. “Het kan eenvoudiger. Ik roep de minister voor welzijn en mobiliteit op om werk te maken van een vereenvoudigd stappenplan, waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van een digitaal platform waar gegevens of attesten kunnen gedeeld worden met de nodige aandacht voor de gevoeligheid bij het uitwisselen van persoonlijke of medische gegevens. Dat verkleint de kans op fouten, zorgt voor een vlottere afhandeling van het dossier en brengt minder administratie met zich mee.’
Van rijongeschiktheid naar het rijden met een aangepast voertuig
Auto-eigenaars met een handicap die hun auto willen laten ombouwen zodat ze die weer zelf kunnen besturen of toegankelijk willen maken voor een rolstoel moeten zich allereerst wenden tot het CARA (Centrum voor Rijgeschiktheid en voertuig Aanpassing). Daar wordt aan de hand van een rijgeschiktheidsonderzoek, beslist of je, en zo ja welke, aanpassingen je aan je voertuig nodig hebt. “De wachttijd tot een eerste afspraak voor deze dossiers bedroeg vorig jaar gemiddeld meer dan drie maanden. 97 dagen om precies te zijn,” zegt Loes Vandromme die de cijfers via haar collega Katrien Schryvers doorkreeg. “Dat is gemiddeld 28 dagen langer dan in 2023 en 34 dagen langer dan in 2022. Bovendien verschilt die wachttijd van centrum tot centrum. De CARA-werkingen in de provincies Antwerpen en Limburg scoren, met een gemiddelde wachttijd van respectievelijk 105 en 110 dagen het slechtst. De gemiddelde wachttijd in Vlaams-Brabant bedroeg in 2024 84 dagen en was daarmee het kortst.“
Na dit rijgeschiktheidsonderzoek ontvangt de betrokkene een officieel attest van CARA. Dit document is de noodzakelijke basis voor een gespecialiseerde auto-aanpasser die een offerte opmaakt voor de nodige verbouwingen.
De offerte en het attest zijn dan weer nodig om een aanvraag tot tegemoetkoming bij het VAPH te onderbouwen. De Multidisciplinaire Teams worden ingeschakeld om het adviesrapport voor het VAPH op te stellen. Belangrijk is daarbij dat men samen op zoek gaat naar de “goedkoopste adequate oplossing” op lange termijn. Dat is dus vaak maatwerk.
“In 2024 keurde het VAPH 1.854 (of 80% van alle aanvragen) autoaanpassingen goed,” zegt Vandromme.
Na goedkeuring door het VAPH kan de auto-aanpasser effectief aan het werk.
De laatste stap is het verkrijgen van een nieuwe homologatie voor het voertuig. Met deze goedkeuring is het voertuig wettelijk in orde en mag het op de openbare weg.
“De gemiddelde doorlooptijd van een homologatieaanvraag bedraagt op vandaag maximum 2 weken,” weet het parlementslid. “In 2024-2025 werden 701 homologaties van voertuigen voor personen met beperkte mobiliteit goedgekeurd. Vier jaar eerder waren er nog 566 goedkeuringen.”
De doorlooptijd (en het aantal behandelde dossiers) is de laatste jaren flink verbeterd dankzij de verdere uitbouw en optimalisatie van de IT-homologatietoepassing ‘FASTLANE’. “Het kan dus wel degelijk snel gaan, als we maar blijven streven naar efficiëntiewinsten en daarbij de digitalisering slim inzetten,” vindt Vandromme.
Mobiliteit, een basisrecht
“Voor cd&v is mobiliteit een basisrecht. Zich kunnen verplaatsen wanneer en naar waar men wil is nu eenmaal belangrijk. Dat personen met een handicap (in 2020 6.2% van de Vlaamse bevolking) recht hebben op een tegemoetkoming voor hulpmiddelen en aanpassingen zodat zij zelf met de auto kunnen (mee-)rijden juich ik toe. Maar zoals de procedure nu in elkaar zit, is ze voor veel mensen zeer intensief en tijdrovend. Dat kan anders. Ook al komt er in het hele verhaal veel maatwerk aan te pas en moeten we voorzichtig zijn met het uitwisselen van persoonlijke en medische gegevens,” stelt het Loes Vandromme. “Ik roep de ministers van Welzijn en Mobiliteit uit samen aan tafel te gaan zitten en op zoek te gaan naar manieren om de procedure te versnellen en te vereenvoudigen. Misschien kan een digitaal platform waar attesten, offertes en andere belangrijke documenten gedeeld kunnen worden, met respect voor medische en persoonlijke gegevens, soelaas brengen. We hebben een mooi voorbeeld met de homologatieaanvragen die dankzij digitalisering nu veel sneller verlopen dan enkele jaren geleden,” besluit Vandromme.