Grote inhaaloperatie nodig om schoolinfrastructuur energiezuinig te maken

Publicatiedatum

Auteur

Isabel Lebbe

Deel dit artikel

12% van de scholen dat al over een EPC-label beschikt, heeft een label D of slechter, zo blijkt uit cijfers die cd&v-Vlaams Parlementslid Loes Vandromme in de commissie Energie kreeg. ‘Er is dus nog heel veel werk om onze schoolinfrastructuur duurzaam en energiezuinig te maken,’ zo concludeert ze. Vandromme had ook een aantal concrete voorstellen voor de minister.

Sinds januari 2024 moeten alle publieke gebouwen en overheidsgebouwen over een Energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen beschikken. Dit document toont aan hoe energiezuinig het gebouw is.

Ondertussen werden 2729 certificaten voor scholen afgeleverd. 12 % daarvan scoren een label D of slechter. ‘De cijfers duiden op een grote urgentie om meer in te zetten op het energiezuinig maken van onze schoolgebouwen want, laat dat duidelijk zijn: schoolbesturen zijn zich ten volle bewust van het belang van energiezuinige en duurzame gebouwen. Elke euro die door de ramen vliegt, is een euro die je niet kan investeren in onze leerlingen. De kwaliteit van de schoolinfrastructuur bepaalt mee de kwaliteit van het onderwijs in zijn geheel.’

Eerder wees Loes Vandromme ook al op de hoge kost van dit certificaat. Wanneer energieprestatiecertificaten via het private circuit worden aangevraagd, kostte dit een school toen gemiddeld 1 euro per m². Dat is voor vele scholen een serieuze investering. In haar antwoord verwees de minister naar een raamovereenkomst met het VEB waar scholen ook op kunnen intekenen en waar met vaste prijzen volgens oppervlakte en complexiteit wordt gewerkt.

Verder blijken heel wat scholen uiteindelijk label ‘onbepaald’ of ‘x’ te ontvangen.  De energiedeskundige kan niet vaststellen wat de EPC-waarde is, maar levert een certificaat af zodat de scholen in orde zijn. ‘Scholen betalen dus om een certificaat te verkrijgen, dat niets zegt en bovendien heel wat geld kost,’ stelde Vandromme in de commissie. ‘Middelen die beter bestemd zouden kunnen worden, als u het mij vraagt.’

Tot slot zou het voor scholen vanaf 1 juli 2026 niet meer mogelijk zijn om het EPC-label te laten bepalen door een deskundige werknemer van de school, de preventieadviseur in veel gevallen. ‘De minister sluit nu niet uit dat de maatregel verlengd wordt. Dat zou voor onze scholen alvast een opsteker zijn,’ besluit Vandromme.

Nieuws

Stad Poperinge investeert fors in cultuureducatie voor scholen via 'Expeditie Cultuur'

Elk schooljaar zet de stad Poperinge zowel organisatorisch als financieel sterk in op cultuureducatie voor kinderen en jongeren. Verschillende stadsdiensten, van cultuur en bibliotheek tot erfgoed en de kunstacademie bieden scholen een breed en kwaliteitsvol aanbod aan workshops, voorstellingen en creatieve activiteiten aan. Het cultuureducatieve aanbod dat de stad voor de scholen voorziet, wordt voortaan gebundeld onder de noemer ‘Expeditie Cultuur’.

Schooldirecties steeds moeilijker te vinden: weinig ondersteuning en zwaar takenpakket

Bij het begin van het schooljaar zal niet aan elke schoolpoort een schooldirecteur staan. Uit cijfers van VDAB blijkt de arbeidsmarkt voor schooldirecteurs bijzonder krap: in het voorbije jaar ontving de Vlaamse arbeidsbemiddelaar tot 690 vacatures voor leidinggevenden in een onderwijsinstelling. Eind augustus 2026 stonden daarvan nog 34 vacatures open. Uit een bevraging van cd&v bij scholen in heel Vlaanderen blijkt bovendien dat er iets schort: directeurs dragen een bijzonder zwaar takenpakket met beperkte ondersteuning. “Het is onverantwoord dat zo veel scholen moeten starten zonder (ervaren) directeur. In combinatie met een lerarentekort is dat een directe bedreiging voor de onderwijskwaliteit in Vlaanderen. Het is hoog tijd om de afspraken uit het regeerakkoord en eerdere cao’s effectief uit te voeren,” zegt Vlaams parlementslid en onderwijsexperte Loes Vandromme, die de bevraging organiseerde.

Vrouwelijke bedrijfsleiders aan het stuur van 1 op 5 Vlaamse landbouwbedrijven

Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in de Vlaamse land- en tuinbouwsector blijft stijgen. In 2025 telde Vlaanderen 6.763 vrouwelijke zaakvoerders, goed voor 22.1% van alle Vlaamse landbouwbedrijfsleiders. Twee jaar eerder, in 2023, was dat nog 20%. In onze provincie gaat het over 2.248 vrouwelijke ondernemers of 22.2% van het totaal aantal landbouwbedrijfsleiders in West-Vlaanderen. Twee jaar geleden was dat nog 20%. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v) ziet een duidelijke tendens: “Vrouwelijk ondernemerschap in de landbouw gaat duidelijk in stijgende lijn en dat komt de hele sector ten goede. Vrouwelijke ondernemers pakken de bedrijfsvoering vaak net iets anders aan dan hun mannelijke collega’s en hebben oog voor zaken die anders misschien onderbelicht blijven.”