Meer Vlaamse leerlingen steken de landsgrens over

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

In vijf jaar tijd is er een duidelijke stijging merkbaar van het aantal Vlaamse leerlingen dat onze landsgrens oversteekt om in één van onze buurlanden naar school te gaan. Vooral het aantal Vlaamse leerlingen dat voor een Nederlandse school kiest, steeg opvallend. De omgekeerde beweging (leerlingen uit buurlanden die in Vlaanderen naar school komen) komt nog altijd veel vaker voor, maar vertoont nu een dalende trend. Opvallend: het aantal leerlingen piekte wel in het schooljaar 2018-2019 dat de coronajaren voorafging. ‘Misschien herstelt de trend zich weer,’ zegt Vlaams Parlementslid Loes Vandromme die de cijfers van heel nabij opvolgt. ‘Hoewel er tijdens de crisis goede afspraken waren over leerlingen die de landsgrenzen dienden over te steken om naar school te gaan, zullen de coronamaatregelen wellicht toch tot wat terughoudendheid hebben geleid.’

Vlaamse leerlingen in het buitenland

Hoewel het om kleine aantallen gaat, stijgt het aantal Vlaamse leerlingen dat in het buitenland naar  school gaat, wel opvallend. In 2014-2015 ging het nog om 478 leerlingen. Vijf jaar later waren dat al 605 leerlingen.

‘Die stijging heeft vooral te maken met het aantal Vlaamse leerlingen dat voor een Nederlandse school kiest. Hun aantal stijgt van 275 in 2014-2015 naar 474 in 2020-2021’, licht Loes Vandromme toe.

Het aantal Vlaamse leerlingen dat in Frankrijk les volgt, bleef de laatste jaren vrij stabiel.

Het aantal leerlingen dat in Duitsland en Luxemburg school volgt is bijzonder klein.

 

Leerlingen uit buurlanden op Vlaamse schoolbanken

In het schooljaar van 2018-2019 kwamen nog 3262 leerlingen vanuit onze buurlanden naar Vlaanderen om school te lopen. Maar sinds de coronacrisis is dit cijfer met 8.65% gedaald tot 2980 leerlingen in het schooljaar 2021-22. ‘Het dalende aandeel Nederlandse leerlingen is hier de grootste oorzaak van,’ weet Loes Vandromme.  ‘Terwijl er in 2018-19 nog 3064 Nederlandse leerlingen op onze Vlaamse schoolbanken zaten, zien we er nu nog maar 2771. Het aantal leerlingen uit Duitsland en Frankrijk steeg wél van respectievelijk 8 naar 13 en van 183 naar 189 leerlingen. Het aantal leerlingen uit Luxemburg bleef gelijk (7 leerlingen).

 

“Voor Franse kinderen die les volgen in Vlaanderen is het taalaspect belangrijk. Meestal zijn het de ouders die hun kinderen echt het Nederlands willen ‘meegeven’. In Noord-Frankrijk is er een groeiende belangstelling voor het Nederlands. Bij een groep mensen speelt het Frans-Vlaamse gedachtegoed zeker nog een rol. Enkele generaties geleden sprak iedereen er immers nog ‘Vlaams’. Daarna verwaterde dit wat, maar nu is er opnieuw meer belangstelling voor de Vlaamse buren en hun taal. Bovendien biedt het leren van Nederlands extra perspectief voor de toekomst,” legt Loes Vandromme uit, zelf schepen in de grensstad Poperinge.  “Onderwijs biedt de kans om de taalbarrière te overbruggen.”

Nieuws

Open Call- Watou Live

Kunstenfestival Watou lanceert voor het eerst een open call voor Watou Live. Daarvoor werkt het festival samen met Muziekcentrum Dranouter. “We zoeken niet zomaar een singersong-writer, maar wel een artiest die gaat voor een cross-over met poëzie, literatuur of film”, aldus de organisatie

Architectenbureau dat stedelijke kunstacademie zal bouwen, gekend

Scholen van Vlaanderen gunde de bouw van een stedelijke kunstacademie op de Vroonhofsite aan het architectenbureau Bildt Architecten bvba (Roeselare) – Team V Architectuur B.V. (Amsterdam) op basis van een wedstrijdformule. In 2026 transformeren de aanbestedende overheid, de stad Poperinge en het architectenbureau het schetsontwerp tot een definitief ontwerp. De bouw zelf start in 2028.

Poperinge, Heuvelland en Langemark-Poelkapelle bundelen krachten voor publieke ouderenzorg

De lokale besturen van Poperinge, Heuvelland en Langemark-Poelkapelle ondertekenen een intentieverklaring om nauwer samen te werken binnen het domein van de ouderenzorg. Met die gezamenlijke stap leggen de drie besturen de basis voor een versterkte samenwerking, met het oog op de oprichting van een publieke welzijnsvereniging. Die samenwerking moet het aanbod aan kwaliteitsvolle, betaalbare en toegankelijke zorg in de regio op lange termijn verankeren.