Nieuwe EPC-verplichting komt scholen duur te staan

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Tegen eind dit jaar moeten alle publieke gebouwen en overheidsgebouwen beschikken over een Energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen (EPC-NR), een document dat aantoont hoe energiezuinig het gebouw is.

Ook onderwijsinstellingen vallen onder de term “Publieke gebouwen” waardoor hun huidige Energieprestatiecertificaat niet langer gebruikt kan worden om aan de verplichtingen voor publieke gebouwen te voldoen.  Loes Vandromme, Vlaams Parlementslid (cd&v) en onderwijsspecialist berekende dat de hele operatie scholen zo’n 19.1 miljoen kan kosten: ‘geld dat niet kan besteed worden aan het werken aan onze onderwijskwaliteit. Natuurlijk moeten we ambitieus zijn als het gaat over klimaatdoelstellingen. Maar de werkwijze zoals ze nu voorligt brengt scholen in een heel lastig parket.’

EPC-NR tegen het einde van het jaar

Dit EPC-NR dient opgemaakt te worden door een Energiedeskundige type D die de oorspronkelijke energiedeskundige type C (EPC-publiek) vervangt.

Bovendien dient dit nieuwe EPC-NR elke 5 jaar vernieuwd te worden in vergelijking met het huidige EPC-publiek dat maar om de tien jaar vernieuwd moest worden.  

‘Er zullen de komende periode dus massaal veel energieprestatiecertificaten voor niet-residentiële gebouwen moeten afgeleverd worden voor onze scholen’, weet Vandromme. ‘Naast het feit dat dit een behoorlijk dure aangelegenheid wordt, is er ook een nijpend tekort aan gekwalificeerde energiedeskundigen type D die dergelijke certificaten kunnen afleveren.’

De onderwijsverstrekkers gingen in het voorjaar al in overleg met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). Men kwam toen tot de gezamenlijke conclusie dat het goed zou zijn dat scholen zelf expertise in huis hebben om de geleidelijke verstrenging van de eisen inzake energiezuinigheid nauwgezet op te volgen. Mits het volgen van een opleiding tot energiedeskundige type D, het slagen voor een centraal examen en het volgen van de regelgeving van het inspectieprotocol zouden personeelsleden, in concreto vaak de preventieadviseur, dit certificaat dan kunnen afleveren. 

Ondertussen maakt een Besluit van de Vlaamse Regering dat principieel goedgekeurd werd op 13 oktober deze regeling echter onmogelijk: als interne energiedeskundige kan je geen opdrachten uitvoeren voor het patrimonium van de organisatie waarvan je werknemer bent. Dit ontneemt onze scholen dus de mogelijkheid om een deskundige werknemer, bijvoorbeeld de preventieadviseur, deze EPC’s te laten opstellen.

 

Kostprijs loopt op, regelgeving is niet aangepast

Vandaag staat de prijs voor het afleveren van een EPC-NR op 1 euro per m² als je dit via studiebureaus laat opmaken. Volgens de meest recente omgevingsanalyse hebben we in Vlaanderen 19,1 miljoen m² aan schoolgebouwen. ‘Scholen kunnen samenwerken met het Vlaams Energiebedrijf (VEB) wat de kostprijs gevoelig drukt, maar ook bij het VEB is de capaciteit voor ondersteuning beperkt. Als EPC’s via het private circuit aangevraagd worden, kost dat dus 19,1 mio euro… Geld dat men niet kan gebruiken voor onderwijsdoeleinden.’

‘Het Besluit heeft tot doelstelling om de kwaliteit van de EPC-attesten te beschermen en onderschrijft de behoefte van onafhankelijkheid. Ik onderschrijf die ook, maar wens toch te benadrukken dat preventieadviseurs op de loonlijst van het schoolbestuur staan maar hebben een gegarandeerde autonomie en zelfstandigheid om hun rol goed te kunnen opnemen’, gaat het parlementslid verder.

‘Vandaar onze vraag om de mogelijkheid en werkwijze die initieel afgesproken werd met VEKA vooralsnog te kunnen herstellen/aanhouden en het mogelijk te maken dat inhouse experten binnen onderwijs, zoals de preventieadviseurs die over de juiste kwalificaties beschikken een EPC mogelijk maken.

Daarnaast is er ook de vraag of er geen differentiatie moet komen in het verplicht hernieuwen van de EPC na 5 jaar. Er is toch een wezenlijk verschil tussen een schoolgebouw dat recent gebouwd werd en een gebouw dat er al 30 jaar staat?

En tot slot is er de oproep om genoeg middelen te voorzien om de scholen ook duurzaam en energiebesparend te verbouwen. Schoolbesturen geven hoe langer hoe meer aan dat de kwaliteit van de schoolinfrastructuur ook de kwaliteit van het onderwijs in zijn geheel ondersteunt.

‘De druk op de financiële draagkracht van vele schoolbesturen is te groot aan het worden om ook te voldoen aan alle eisen die worden opgelegd,’ besluit Loes Vandromme.

Nieuws

Zonnepanelen van scholen geplaatst met overheidssubsidies tellen niet mee voor nieuwe PV-verplichting

Vanaf april 2026 zijn alle gebouwen met een groot elektriciteitsverbruik, waaronder heel wat schoolgebouwen, verplicht om zonnepanelen te plaatsen, de zogenaamde PV-verplichting. Opvallend: scholen die eerder zonnepanelen plaatsten met AGION-subsidies (het Agentschap voor Infrastructuur in het onderwijs dat over subsidies voor scholenbouw gaat) voldoen niet aan die nieuwe PV-verplichting. “Pure kafka”, vindt cd&v. Vlaams parlementslid Loes Vandromme vraagt om bij de nieuwe verplichting rekening te houden met al bestaande zonnepaneelinstallaties. “Laat scholen zich bezighouden met hun kerntaak, kwaliteitsvolle lessen geven. Zij kunnen bijkomende administratieve kopzorgen missen als kiespijn.”

Bijsturing in financiering voor onderwijsinternaten na aandringen door cd&v

De Vlaamse onderwijsinternaten krijgen vanaf volgend schooljaar een betere financiering. Op donderdag 4 december keurde de commissie Onderwijs een wijziging op het decreet onderwijsinternaten goed. “Dit is een noodzakelijke stap om internaten leefbaar te houden en hun toenemende verantwoordelijkheid te erkennen,” zegt Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v).

Reactie op consultatienota 'Scholen voor iedereen'

Cd&v is tevreden met het plan dat op tafel ligt. De partij pleitte al langer voor een langetermijnvisie over een nauwere samenwerking tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. “Vandaag worden te veel kinderen doorgestuurd naar het buitengewoon onderwijs en zien we dat de thuissituatie vaak bepalend is of een kind wordt doorgestuurd, eerder dan de echte noden van een kind. Mits de juiste ondersteuning en omkadering is het voor veel van die kinderen wel mogelijk om les te volgen op een gewone school. Door het buitengewoon onderwijs te organiseren op dezelfde campus kan expertise gedeeld worden en vermijden we dat er een kloof ontstaat. Bovendien kan een kind met extra noden zo ook in de eigen buurt naar school en hoeft het geen uren op een bus te zitten om op school te geraken”, stelt Loes Vandromme, Vlaams parlementslid voor cd&v.