Nota: kwaliteitsborging in onderwijs. Hoe doen we dat?

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Dat de kwaliteit van het Vlaams onderwijs onder druk staat, is gemeenzaam bekend. Of we nu kijken naar internationale onderzoeken (bv. TIMSS, PIRLS) of naar het eigen peilingsonderzoek, steeds wordt de neerwaartse trend bevestigd.

Ik weiger een schuldige aan te wijzen, maar blijf geloven in co-creatie als antwoord. 

Planmatige en duurzame aanpak  en co-creatie

Cd&v past voor polariserende en onproductieve vingerwijzingen naar deze of gene wiens ‘schuld’ het zou zijn. In dit debat is er geen plaats voor brute veralgemeningen die leiden tot fatalisme of overhaaste beslissingen. Dat ons hele onderwijssysteem in lichterlaaie zou staan, is zo’n onterechte veralgemening. Het is niet productief om ons te laten leiden door een algemene negativieteit, waarbij op basis van een buikgevoel zaken die niet problematisch zijn, voorgesteld worden als enorme pijnpunten. We pleiten voor een planmatige, duurzame en gedragen aanpak. Suggesties zoals van de Commissie Beter Onderwijs of de toekomstige voorstellen van de Commissie van Wijzen kunnen hierbij de aanzet vormen voor een breed debat dat moet leiden tot een plan met en door alle onderwijskrachten, een plan dat motiveert en mobiliseert. De keuze voor co-creatie is geen evidentie, maar het is de enige weg om tot een ruim gedragen, duurzaam langetermijnplan te komen dat leidt tot helder en doortastend beleid dat de vrijheid van onderwijs omarmt en ieders rol en bevoegdheden respecteert.

Onvoldoende zicht op de redenen

De redenen van deze kwaliteitsdaling zijn minder evident te duiden. Soms wordt gewezen op een overdreven focus op het welzijn van de leerlingen (cfr. de ‘pretpedagogie’), de zgn. ‘zesjescultuur’, demografische evoluties (bv de stijging van een aantal leerlingen waarvan de thuistaal niet het Nederlands is), allerlei ‘vernieuwingstendensen’, een dalende motivatie bij leerlingen door de lokroep van games en Tiktok,  of wordt zelfs de vrijheid van onderwijs door sommigen genoemd als een bedreiging voor onderwijskwaliteit.

Kwaliteit kent vele facetten

Elk gesprek over de kwaliteit van onderwijs is maar zinvol wanneer eerst goed wordt afgebakend wat we begrijpen onder kwaliteit. Kwaliteit van onderwijs kan je niet zomaar reduceren tot punten op een rapport. Het is verleidelijk om onderwijsresultaten te kwantificeren. Cijfers stralen een eenvoud uit. Een hoger getal wijst op een toename van de kwaliteit, een lager getal laat knipperlichten branden. Onderwijs en vorming zijn evenwel niet gericht op één dimensie van de ontwikkeling van lerenden, of het nu jongeren zijn of volwassenen. Kijk naar de uiteenlopende doelstellingen we het onderwijs opleggen: we vinden wiskunde en Nederlands belangrijk. Maar ook vreemde talen, wetenschappen, het ontwikkelen van een fitte en gezonde levensstijl,  een kritische houding ten aanzien van sociale media, en … Bovendien slaat onderwijskwaliteit niet enkel op inhoud, maar ook op vele andere aspecten van het schoolgebeuren. Sommigen pleiten er dan ook voor te spreken over onderwijskwaliteiten, eerder dan over onderwijskwaliteit. Ook voor cd&v kan de onderwijskwaliteit alleen vanuit een zeer brede focus worden geijkt. ‘(Meer)’ kwaliteit’ kan niet alleen het verhogen van cognitieve prestaties inhouden in die domeinen waar Vlaamse of internationale toetsen voor bestaan. Kwaliteit moet zich manifesteren doordat leerlingen, studenten en cursisten goed gekwalificeerd, breed gevormd en voorbereid zijn op de arbeidsmarkt, op hoger onderwijs, op het leven. Dat ze voldoende veerkracht ontwikkelingen om ter staan, véél ruimer dus dan een uitsluitend kennisgedreven curriculum. Kwaliteit  in het leerplichtonderwijs zal blijven afhangen van de toets of jong volwassenen klaar zijn om door te groeien tot sterke en weerbare personen die niet alleen tot hun recht komen in een snel veranderende wereld, maar die ook zelf mee vorm geven aan die wereld.

Verweven met andere elementen

Het debat over kwaliteit kan trouwens niet los gezien worden van andere uitdagingen in ons onderwijs. De zorg voor voldoende capaciteit, bijvoorbeeld, zodat het leerrecht van elk kind kan worden gegarandeerd. De discussie over een gelijke kansenbeleid, en het uitwerken van een sterk beleid rond leersteun zodat leerlingen en leerkrachten de best mogelijke ondersteuning krijgen. De rol die educatieve technologie kan spelen.  Of de aanpak van het lerarentekort. Zonder leraren immers geen onderwijs.

Antwoorden op de kwaliteitsvragen

1/ Aantal maatregelen genomen - Uiteraard werden kwaliteitsbevorderende maatregelen genomen door de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement. We denken – zonder exhaustief te willen zijn - aan de herformulering van eindtermen aan de hand van sleutelcompetenties om de relevantie van het gegeven onderwijs sterker af te stemmen op datgene wat de samenleving verwacht; het installeren van een Leerpunt om wetenschappelijke inzichten sneller tot op de klasvloer te laten doorstromen; het versterken van de onderwijsinspectie of nog de Vlaamse toetsen om sterker nog dan bij de peilingsproeven een zicht te krijgen op leerwinst bij leerlingen. Idealiter worden die Vlaamse toetsen trouwens afgestemd op internationale toetsen, zodat de resultaten van deze laatste geen verrassing vormen.

2/De leraar als essentiële vector - De kwaliteit van het onderwijs hangt uiteraard af van de kwaliteit van de leraar, van zijn of haar gedrevenheid en vakkennis, van de mate waarin de leraar erin slaagt zijn leerlingen te motiveren. Vandaar dat we het belangrijk vinden dat scholen die mensen kunnen aanwerven waarvan ze geloven dat ze het best mogelijke onderwijs aan hun leerlingen (in die school, in die context) kunnen geven. We reikten daartoe reeds een aantal voorstellen aan in de nota ‘de leraar herwaarderen. Cd&v plaveit de weg’. Essentieel is dat scholen een HR-beleid kunnen en mogen voeren, dat gaat van veel vrijheid bij de aanwerving over een sterk onthaal en aanvangsbegeleiding, een robuust nascholingsbeleid zodat leraren hun professionaliteit permanent kunnen versterken tot het nemen van maatregelen, mogelijkheden tot het voeren van een retentiebeleid enzoverder.

3/ROK als kader - Om deze complexiteit te vatten, werd in 2016-2017  op vraag van de toenmalige minister van onderwijs Hilde Crevits een referentiekader voor de onderwijskwaliteit (ROK) ontwikkeld: een beschrijving van de verwachtingen die we mogen koesteren. Daardoor is er een gezamenlijk raamwerk ontstaan om over onderwijskwaliteit te spreken. Het gaat dan om de resultaten en effecten (o.a. minimale output, leerwinst, studievoortgang van elke lerende, toegang tot het onderwijs), maar ook over de doelen die we stellen (een brede en harmonische vorming, uitdagende en haalbare doelen, bijhorende beoordelingscriteria), de verwachtingen die we hebben naar de leef- en leeromgeving (o.a. diversiteit, passend aanbod), de wijze waarop we leerlingen opvolgen, e.d.m. Het ROK is geen kwaliteitsmodel, maar zet aan om een eigen (kwaliteits)beleid uit te stippelen. Op die manier wordt recht gedaan aan het feit dat scholen en onderwijscontexten verschillen en ook mogen verschillen.

4/School als eerste actor - De eerste en belangrijkste actor in de kwaliteitsborging in onderwijs is voor cd&v ontegensprekelijk de school. Het is hier, in de klas, in de ateliers, in de turnzalen dat onderwijs ‘gemaakt’ wordt. Ook op vandaag wordt daarom terecht verwacht dat scholen op systematische wijze hun kwaliteit onderzoeken en bewaken.

Kwaliteitsmodel expliciteren en afficheren

Vanuit cd&v geloven we dat we dit essentiële proces een aantal extra stimuli moeten geven. Zo geloven we dat de kwaliteitsborging door onze scholen er baat bij heeft van scholen te verwachten dat ze hun kwaliteitsmodel – dat ze evident zélf vormgeven, afgestemd op het DNA van hun school – expliciteren en afficheren. Op die manier kan iedereen – bv. ouders die op zoek zijn naar een school, leraren, begeleidende organisaties – kennis nemen van hoe de school haar eigen kwaliteit borgt. De verwachtingen inzake het leer- en ontwikkelingsproces voor de leerlingen impliceren op dat punt ook duidelijke richtlijnen – door de schoolleiding- inzake het onderwijsproces door de leraren, gekoppeld aan het pedagogisch project van de school

Dynamisch werken

Maar uiteraard is kwaliteitszorg niet statisch. Het is belangrijk dat scholen op systematische wijze werken aan hun kwaliteit om op die manier ook een echte kwaliteitscultuur tot stand te brengen. Sommige scholen stellen daarvoor vandaag al een kwaliteitscoördinator aan, als gangmaker, iemand die de nodige data kan verzamelen en interpreteren, vakgroepen kan stimuleren, nieuwe werkmethodes mee vorm kan geven. Belangrijk is dat scholen, zoals in de Deming-cirkel – zichzelf steeds weer bevragen en verbeteren wat kan.

Dergelijke kwaliteitscoördinatoren kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de introductie naar evidence informed werken, waarbij instrumenten zoals Leerpunt maar evenzeer wetenschappelijk onderwijs en rijke data, waaronder data beschikbaar gesteld door de overheid, waardevolle input kunnen leveren. Dat kan zowel gaan over administratieve data, het succes van afgestudeerden in het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt, de resultaten op de Vlaamse toetsen,… Belangrijk hierbij is dat het steeds de school is die analyseert en beslist over welke verdere stappen ze zet.

Tijd mogen nemen

Of een school werkt met een kwaliteitscoördinator of andere methoden hanteert, dat is uiteraard haar eigen keuze. Wel belangrijk is dat er voldoende tijd door het onderwijsteam kan en mag genomen worden binnen de school om actief de kwaliteit te controleren en te verbeteren.

Over kwaliteit rapporteren

Scholen moeten zelf een eigen systeem kunnen uitbouwen van hoe ze hun kwaliteit borgen en moeten beschikken over de nodige vrijheid om, in uitwerking van hun eigen pedagogisch project, de leerplannen te realiseren. Maar met die vrijheid komt ook verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording. Net zoals we verwachten dat scholen transparant zijn over hun kwaliteitsbeleid, verwachten we transparantie over de resultaten die ze op het vlak van kwaliteitswerking boeken. Daarom verwachten we dat scholen minstens jaarlijks in de schoolraad rapporteren over hun kwaliteitswerking m.i.v. hoe ze de resultaten van de Vlaamse toetsen zullen hanteren binnen die werking.  

5/Kwaliteitsdriehoek als garantie - Bij een langetermijnaanpak die (meer) kwaliteit beoogt, moet voor cd&v de kwaliteitsdriehoek school-pedagogische begeleiding – onderwijsinspectie de garantie blijven voor kwaliteitsontwikkeling, kwaliteitszorg, kwaliteitsverbetering. Scholen moeten dan ook kunnen blijven rekenen op het partnerschap met de onderwijsinspectie en de pedagogisch begeleidingsdiensten. Die aanpak mag ook meer zichtbaar worden.

Herwaardering van de pedagogische begeleiding 

Een herwaardering en versterking van de pedagogische begeleiding kan dan ook niet ontbreken. Eerder dan de pedagogische begeleiding op héél gerichte punten in te zetten en daarvoor te financieren, geloven we dat pedagogische begeleidingsdiensten scholen moeten ondersteunen bij het op punt zetten en houden van hun kwaliteitsborgingssysteem.

Onafhankelijke onderwijsinspectie

Een sterke, onafhankelijke onderwijsinspectie vormt het sluitstuk voor kwaliteitsborg. Voldoende decretale garanties moeten een onafhankelijke werking van de onderwijsinspectie veilig stellen. Dit houdt onder meer in dat de onderwijsinspectie zelf haar werkprogramma opstelt, kan beschikken over haar eigen budget en onafhankelijk van ministerie of politiek communiceert over haar bevindingen.

Scholen die beschikken over een door de onderwijsinspectie of een gekende externe speler gevalideerd eigen kwaliteitsborgingssysteem, en dus duidelijk aantonen dat ze met hun leerlingen de leerplandoelstellingen bereiken, mogen daar ook voor beloond worden. Dit kan door ze bijvoorbeeld minder vaak door te lichten.

Naar analogie met de ontvoogding van gemeenten op vlak van ruimtelijke ordening en die van sociale huisvestingsmaatschappijen, wil cd&v het ook mogelijk maken om scholen die aan bepaalde voorwaarden inzake capaciteit, beleidsplanning of kwaliteitszorg voldoen, vrij te stellen van bepaalde verplichtingen en controles.

 

6/Onderwijsonderzoek

Voor cd&v blijft het belangrijk dat we blijven inzetten op onderwijsonderzoek. Internationaal onderzoek dat ons een vergelijkingsbasis biedt met het buitenland en Vlaams onderzoek dat ons een eigen spiegel voorhoudt. En zoals bij elk onderzoek, dat mogelijkheden biedt en beperkingen heeft, moet er met de resultaten ook zorgzaam worden omgegaan, moeten we de conclusies trekken die we mogen trekken en niet in onderzoek willen lezen wat er niet instaat. Moeten we evidence informed tewerk gaan, goed beseffend dat er geen ‘one best way of doing things’ bestaat. Gelukkig kunnen en moeten we daar steunen op de professionaliteit en ervaring van leraren en schoolteams die op basis van degelijk onderzoek in alle vrijheid hun onderwijs vorm mogen geven.

Nieuws

450.000 euro Vlaamse middelen om Huizen van het Kind in de Westhoek te versterken

De verschillende Huizen van het Kind uit de eerstelijnszone Westhoek, gaan in de toekomst veel intensiever samenwerken. Ze werden door de Vlaamse Regering als pilootproject geselecteerd en kunnen zo in de komende twee jaar op maar liefst 450.000 euro rekenen. ‘Samenwerking zit ons, Westhoekinwoners, in het bloed. Dat hebben we al vaker bewezen,’ zegt een tevreden Loes Vandromme, Vlaams Parlementslid en schepen in Poperinge die het dossier hielp verdedigen in Brussel. ‘De extra middelen vanuit Vlaanderen zien we als een noodzakelijk element om onze plannen verder uit te werken én als een erkenning voor onze vastberaden wil tot samenwerking. Door de krachten te bundelen komen we verder!’

Programma Parkconcerten 2024 is bekend

Tien bands geven deze zomer het beste van zichzelf op het podium van de Parkconcerten tijdens 5 muzikale donderdagen in het Burggraaf Frimoutpark. Het publiek bepaalde opnieuw mee de line-up.

Nieuw registratiesysteem voor IBO Hopsakee

Op 1 juni start de buitenschoolse kinderopvang Hopsakee in Poperinge met een nieuw registratiesysteem. Ouders kunnen voortaan werken met een badge, waarmee ze zelf de aankomst- en vertrektijden van hun kinderen registreren. ‘Een belangrijke stap naar administratieve vereenvoudiging voor ouders én voor ons IBO-team’, stelt bevoegd schepen Loes Vandromme.