Preventieadviseurs hebben cruciale rol maar krijgen te weinig erkenning

Publicatiedatum

Auteur

Loes Vandromme

Deel dit artikel

Binnen een tweetal weken zwaaien de schoolpoorten opnieuw open. “Het liefst met zo weinig mogelijk beperkingen voor directies, leerkrachten en leerlingen, maar uiteraard onder veilige omstandigheden,” zegt Vlaams volksvertegenwoordiger voor CD&V en onderwijsspecialist Loes Vandromme. “Daarom is het voor CD&V nu meer dan ooit van belang dat de preventieadviseurs in opperste staat van paraatheid zijn. Preventieadviseurs spelen immers een cruciale rol in het verzoenen van twee basisrechten: het recht op onderwijs en het recht op veiligheid van directies, leerkrachten en leerlingen.” Volgens Vandromme krijgen preventieadviseurs vandaag te weinig erkenning en ondersteuning om ten volle hun rol te kunnen spelen.  

Door corona uit de schaduw

In het laatste anderhalf jaar kwam de taak van preventieadviseur op school heel vaak op de voorgrond. Scholen stonden voor enorme uitdagingen door de coronacrisis en de preventieadviseurs waren heel belangrijke spelers in de plaatselijke regie rond de uitrol van coronamaatregelen op school. “Door de coronacrisis raakten meer mensen bekend met de rol en taak van de preventieadviseurs. Maar ook het gebrek aan erkenning werd duidelijk,” stelt Vandromme.

De functie van ‘preventie-adviseur’ is op vandaag geen afzonderlijk ambt binnen de regelgeving rond het onderwijspersoneel. In eerste instantie wil Vandromme zicht krijgen op wie de preventieadviseurs zijn en hoe ze werken. “Zo kunnen we ze ook gericht ondersteunen en extra opleiding aanbieden,” zegt het parlementslid. “De minister heeft geen zicht op de groep van preventieadviseurs die vandaag aan het werk zijn in het Vlaamse onderwijsveld. Net omdat er geen apart ambt van preventieadviseur bestaat, is het daarnaast niet altijd evident om personeelsleden te vinden die deze belangrijke en niet-evidente taak op zich willen nemen.”

 

Belangrijke taak ook erkennen

Naast het in kaart brengen van de preventieadviseurs die aan de slag zijn in het onderwijsveld pleit Vandromme ook voor meer erkenning door aparte uren of punten te voorzien voor het werk van preventieadviseurs. “Nu moeten schoolbesturen uren en punten samenbrengen om de functie van preventieadviseur volwaardig in te vullen. Een preventieadviseur neemt deze opdracht nu steeds vanuit een ander ambt op. Heel vaak ‘delen’ scholen ook een preventie-adviseur, wat op zich geen knelpunt hoeft te zijn.”

 

Ondertussen moeten we op zoek gaan naar manieren om preventie-adviseurs in hun zeer specifieke functie nog beter te ondersteunen. Extra intervisie en opleiding via bijvoorbeeld prioritaire bijscholingen door de onderwijsverstrekkers zou hier een mogelijkheid kunnen zijn. En hoewel ‘welzijn op het werk’ in hoofdzaak een federale materie is, zou ook de onderwijsinspectie hier een controlefunctie kunnen vervullen,” zegt Loes Vandromme.

 

Tot slot wijst Vandromme op de rol van de preventieadviseur bij de luchtkwaliteit in klassen en de mogelijke aankoop van CO2-meters. “Goed opgeleide preventieadviseurs kunnen scholen adviseren bij het creëren van een gezonde schoolomgeving en raad geven waar en wanneer de aanschaf van CO2-meters opportuun is. De resolutie die we eind vorig jaar in de coronacommissie unaniem goedkeurden heeft het over de ‘nood aan meer concrete, duidelijke richtlijnen en een snelle toegang tot de aanschaf van CO2-meters, eventueel via een groepsaankoop, voor scholen’. Preventieadviseurs spelen een cruciale rol om dit in goede banen te leiden,” besluit Loes Vandromme.

Nieuws

Planlastcalculator dreigt in de vergeethoek te belanden. Ondertussen lanceert minister van Onderwijs nieuw initiatief met 'raad van onderwijzers

Bijna tweeënenhalf jaar na de lancering maakt slechts een kleine minderheid van de Vlaamse scholen gebruik van de planlastcalculator. In totaal hebben net geen 500 scholen de online tool ingevuld. Het voorbije jaar kwamen er slechts 61 scholen bij, wat wijst op een duidelijke en aanhoudende daling van de interesse. De calculator werd ontwikkeld door de Vlaamse onderwijsinspectie om scholen te helpen hun planlast in kaart te brengen.

“Deze cijfers liggen ver onder de verwachtingen,” stelt Loes Vandromme, Vlaams Parlementslid en onderwijsexperte voor cd&v. “De planlastcalculator is een waardevol instrument, maar zonder opvolging en beleidsondersteuning dreigt hij zijn doel volledig voorbij te schieten.”

Vlaams Parlement stemt over nieuw Vlaams-Frans waterverdrag

In november 2023 werd de Westhoek zwaar getroffen door extreme wateroverlast. De gebeurtenissen maakten pijnlijk duidelijk dat de huidige infrastructuur en afspraken rond grensoverschrijdend waterbeheer niet langer volstaan. “De voorbije jaren bracht Vlaams Parlementslid én Westhoekinwoner Loes Vandromme (cd&v) bracht de bezorgdheden van de Westhoekbewoners herhaaldelijk onder de aandacht in het Vlaams Parlement en drong aan op structurele oplossingen en degelijke internationale samenwerking. Ondertussen werden heel wat middelen vrijgemaakt, een taskforce samengesteld en tal van maatregelen opgezet. Vandromme, die het decreet samen met haar collega’s unaniem goedkeurde, is dan ook tevreden: “Vandaag wordt in het Vlaams Parlement een volgende belangrijke stap gezet: de stemming over het Ontwerp van decreet tot instemming met de overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en de Regering van de Franse Republiek over de waterbeheersing in de zone Duinkerke‑Veurne‑De Moeren.”

Vergeet het buitengewoon onderwijs niet bij de vele hervormingen

Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v) waarschuwt dat er extra aandacht nodig is voor het buitengewoon onderwijs bij de grote onderwijsvernieuwingen die momenteel op tafel liggen. Ze vraagt de minister om dringend meer duidelijkheid en garanties te bieden, zodat leerlingen in het buitengewoon onderwijs niet uit de boot vallen wanneer de nieuwe minimumdoelen, taalversterkende maatregelen en pioniersscholen worden uitgerold. Zeker als we willen evolueren naar “Scholen voor iedereen” op termijn, moeten we ook nu ook alle kansen grijpen om het gewoon en buitengewoon onderwijs beter op elkaar te laten afstemmen.