Sinds de invoering van het Individueel Maatwerk op 1 juli 2023 kunnen niet alleen werkgevers, maar ook zelfstandigen met een erkende arbeidsbeperking financiële ondersteuning aanvragen via een ondersteuningspremie. Deze premie helpt hen om bijkomende kosten, noodzakelijke aanpassingen aan de werkomgeving of rendementsverlies te compenseren. Uit recente cijfers die Vlaams Parlementslid Loes Vandromme (cd&v) bij Vlaams minister voor Sociale Economie Hilde Crevits opvroeg, blijkt dat 465 zelfstandigen sinds de start van de maatregel tot eind augustus 2025 al gebruikmaakten van deze ondersteuningspremie. Dat is een pak minder dan het aantal werknemers (in loondienst) voor wie al een loonpremie (eind 2024: 8284 dossiers) of een loon- en begeleidingspremie (eind 2024: 778 dossiers) werd aangevraagd. “De maatregel is nog vrij recent, er is zeker nog groeimarge,” zegt Loes Vandromme. “Minister Crevits gaf eerder al te kennen na vijf jaar, dus tegen 2028, op kruissnelheid te willen zitten.”
Spreiding over Vlaanderen
De verdeling per provincie toont een brede spreiding van de maatregel individueel maatwerk over Vlaanderen. In de provincie Antwerpen werden al 131 dossiers opgestart. Daarna volgen Oost-Vlaanderen met 123 dossiers, West-Vlaanderen (97 dossiers), Vlaams-Brabant (58 dossiers) en tot slot Limburg met 55 dossiers. “Bij individueel maatwerk voor werknemers zien we ook nogal wat regionale verschillen. Een sluitende verklaring is er niet. Het zou kunnen dat de cijfers zich na een aantal jaar wel stabiliseren,” geeft Loes Vandromme mee.
Diverse sectoren vertegenwoordigd
Zelfstandigen met een ondersteuningspremie zijn in vrij uiteenlopende sectoren actief. De meeste dossiers komen van zelfstandigen die in de wetenschappelijke en technische sector (zoals adviesbureaus, grafische vormgeving, vertaal- en tolkwerk, architectuur, reclamebureaus) actief zijn. Behalve in West-Vlaanderen: daar zijn er meest dossiers uit de bouwsector. Ook in de groot- en detailhandel zijn een aantal zelfstandigen met een ondersteuningspremie aan de slag evenals in de sector van menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.
Focus op gelijke kansen, ongeacht arbeidsstatuut
Vlaams minister voor Sociale Economie Hilde Crevits benadrukt dat individueel maatwerk geen onderscheid maakt tussen werknemers en zelfstandigen: “Iedereen met een arbeidsbeperking moet de kans krijgen om actief te blijven in het arbeidsleven, of dat nu als werknemer of als zelfstandige is. Met individueel maatwerk zorgen we ervoor dat ook zelfstandigen de nodige ondersteuning krijgen om hun talenten te blijven inzetten.”
Een afzonderlijk streefdoel voor individueel maatwerk bij zelfstandigen is daarom ook bewust niet vastgelegd. “De maatregel kadert binnen de bredere ambitie om de tewerkstellingskansen van personen met een arbeidsbeperking te versterken, ongeacht hun statuut”, vult Loes Vandromme aan. “Wel wordt in het onderzoeksprogramma VIONA gewerkt aan een breder project rond ondernemerschap bij kansengroepen en werkzoekenden. De resultaten daarvan worden verwacht in het voorjaar van 2026. “
“Op basis van deze inzichten kunnen we verdere communicatieacties uitstippelen via website, sociale media en e-mailcampagnes, zowel voor werkgevers als voor zelfstandigen als promotie van de tewerkstellingsondersteunende maatregel individueel maatwerk,” besluit Vlaams minister Crevits.