Scholen krijgen veel te laat cruciale informatie door, zo blijkt uit een bevraging die cd&v organiseerde bij 262 scholen in Vlaanderen. Cd&v wil daarom dat regelgeving die effect heeft op het volgende schooljaar tijdig bekend gemaakt wordt aan scholen en schoolbesturen. “Laattijdige informatie maakt het voor scholen onnodig moeilijk om zich te organiseren,” zegt cd&v-onderwijsexperte Loes Vandromme. “Dat getuigt van weinig respect naar leerkrachten en schoolbesturen.”
‘Cruciale informatie komt systematisch te laat’ en ‘we lopen iedere keer achter de feiten aan’ zijn slechts twee van de vele noodkreten die cd&v de voorbije weken verzamelde. Uit een grote onderwijsbevraging waar 262 scholen aan deelnamen blijkt de frustratie over het laattijdig ontvangen van informatie vanuit de overheid hoog te zitten bij veel schoolbesturen. “De conclusie is duidelijk: een grote meerderheid van de schooldirecties krijgt te laat de nodige info om het schooljaar ordentelijk te kunnen voorbereiden”, zegt Vlaams parlementslid Loes Vandromme, die de bevraging organiseerde. “Nochtans is de oproep om scholen sneller op de hoogte te brengen van informatie niet nieuw”, zegt Vandromme, verwijzend naar een cd&v-resolutie goedgekeurd over het tijdig indienen én bekendmaken van nieuwe regelgeving uit 2003, op initiatief van voormalig parlementslid Jos De Meyer. Op vraag van cd&v werd de ambitie om scholen tijdig te informeren meegenomen in het Vlaamse regeerakkoord. “Maar die oproep valt voorlopig op een koude steen. Nochtans blijkt uit onze bevraging dat de situatie op het terrein niet verbeterd maar verergerd is”, stelt Vandromme.
Concreet stelt cd&v voor dat nieuwe regelgeving die in werking treedt op 1 september moet ingediend worden voor 1 mei. Besluiten en omzendbrieven voor bepalingen die in werking treden op 1 september moeten ten laatste op 25 juni bekend zijn. “Op die manier kunnen we verzekeren dat scholen tijdig geïnformeerd worden en zich kunnen organiseren en voorbereiden op het nieuwe schooljaar.”
Veel puzzelstukken
Om een schooljaar ordentelijk te kunnen voorbereiden zijn heel wat puzzelstukken nodig. Er zijn de lestijden (het aantal lesuren dat scholen kunnen invullen) en de werkingsmiddelen, maar ook de personeelsbezetting. Daarnaast heb je de middelen in het kader van Digiplan, professionalisering en aanvangsbegeleiding. Ook om het plan Nederlands uit te voeren, zijn er nog extra middelen beloofd. Voor het leerplichtonderwijs, maar ook in het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs zijn aangevraagde en goedgekeurde programmaties (voor het organiseren van nieuwe richtingen) ook zeer bepalend in de puzzel.
“En daar knelt nu net het schoentje”, zegt Vandromme. Uit de cd&v-bevraging blijkt namelijk dat heel wat van die ‘puzzelstukjes’ pas in de zomer of zelfs in de loop van september binnenkomen bij scholen. “Veel schooldirecties wijzen daarbij naar de zogenaamde oktobertelling voor scholen in herstructurering of bij een fusie: de jaarlijkse leerlingentelling op 1 oktober die dan voor een definitieve berekening van de lestijden zorgt. “Er is zo pas in november enige zekerheid over deze lestijden: dat is veel te laat om een schooljaar degelijk te organiseren.”
Ook over de middelen voor het Digiplan of de aangekondigde ‘aanvangsbegeleiding voor nieuwe leerkrachten’ (inductie-uren) bestaat veel frustratie, zo blijkt. Zo zouden nieuwe leerkrachten voor 20 procent van hun werktijd vrijgesteld zijn om zich verder te kunnen professionaliseren. “Maar de minister kwam niet met de concrete regelgeving voor de praktische uitwerking,” zegt Loes Vandromme. “Er waren middelen voorzien voor deze maatregel, die staan in principe nog in de begroting maar werden niet toegekend.” In de bevraging geeft 73% van de scholen dan ook aan nu noodgedwongen op de rem te moeten staan. Sommigen hadden al zeer concrete plannen, maar wachten nu dus nog af.
Lerarenplatform en extra studierichtingen
Wat het lerarenplatform in het basisonderwijs betreft komt de info voor 74% van de scholen te laat hoewel het voor bijna ¾ van de respondenten een cruciaal element is. Het lerarenplatform is een pool van tijdelijke leraren, waar extra middelen voor voorzien zijn. In plaats van korte losse contracten bij verschillende scholen, krijgen leerkrachten een jaarlijks contract. “Het systeem is aan evaluatie toe om onnodige planlast te vermijden”, zegt Vandromme.
Nog een pijnpunt is het feit dat de goedkeuring voor bijkomende programmaties (bijvoorbeeld een secundaire school die een nieuwe richting wil aanbieden) veel te laat komt. “Scholen geven aan dat ze dat nieuws pas in juli krijgen. Dat is schandalig laat want het heeft ook een enorme impact op de praktische organisatie van de school,” klinkt het.
“Tijdens het wachten op definitieve info zitten de scholen uiteraard niet stil. 86% van de respondenten maakt vooraf voorlopige berekeningen aan de hand van eigen, gesimuleerde data, zo blijkt uit de bevraging. Ze doen daarvoor beroep op hun scholengemeenschap, een rekentool van de onderwijskoepel of ze ontwikkelden zelf een berekeningsmethode. “Maar dat blijven voorlopige cijfers waar je niet voor de volle 100% op kan vertrouwen en dat is zeer frustrerend. “ Directies spreken dan ook over ‘werken met een handicap’ en ‘onnodige stress’ omdat middelen en uren vaak pas in de zomer of zelfs na 1 september duidelijk zijn.
Tijd voor actie
“Scholen vragen zekerheid en duidelijkheid”, concludeert Loes Vandromme uit de bevraging. Zij legt daarom de concrete vraag op tafel, in de vorm van een resolutie, om scholen uiterlijk tegen de paasvakantie van het voorafgaande schooljaar in te lichten over de lestijden, personeelsinformatie en programmatie. Regelgeving die effect heeft op het volgende schooljaar moet tijdig bekend moet gemaakt worden aan scholen en schoolbesturen.
“Regelgeving die effect heeft op het volgende schooljaar moet tijdig bekend gemaakt worden aan scholen en schoolbesturen. Daarnaast wil Vandromme dat scholen sneller hun eigen data in real time kunnen monitoren, bijvoorbeeld via Discimus, het softwarepakket voor leerlingenregistratie. Zo weten scholen sneller en meteen ook correct waar ze aan toe zijn.”
“Scholen starten elk schooljaar met een handicap door laattijdige info. Dat moet anders”, stelt Vandromme. “De oproep van cd&v is duidelijk: scholen vragen zekerheid, rust, minder planlast en de nodige tijd om zich voor te bereiden. Dat is cruciaal voor de onderwijskwaliteit en vermijdt een hoop stress en onduidelijkheid bij directies, leerkrachten, leerlingen én ouders bij de start van het schooljaar. Dat is een vorm van respect aan zij die elke dag het beste van zichzelf geven voor onze kinderen.”